Groentips & Groeninfo > Voor jou gelezen in 2014

Op vakantie en dan ?

Wegwezen en de tuin zomaar een paar weken aan zijn lot overlaten. Nee toch? Tenzij buren of vrienden staan te trappelen om het tuinonderhoud tijdelijk over te nemen. Of zijn die misschien naar Spanje?

Bereid je vertrek goed voor.

- Zorg dat de tuin onkruidvrij is.

- Op bedekte grond krijgt onkruid minder kans. Strooi rond de planten een mulchlaag van cacaodoppen, blad of gemaaid gras. Dat helpt tevens tegen uitdroging. Op www.groei.nl staat een filmpje over water geven en mulchen.

- Haal uitgebloeide bloemen uit eenjarigen en vaste planten; zo vormen ze geen zaad en dat spaart energie voor aanmaak van nieuwe scheuten en bloei. Knip sommige uitgebloeide planten rigoureus terug en er wacht jou bij thuiskomst een frisgroene, herboren aanblik.

- Verwijder bij doorbloeiende rozen de uitgebloeide bloemen en zelfs wat knoppen. Straks komen er volop nieuwe voor terug.

- Maai het gazon vlak voor je vertrek; steek het onkruid uit. Sproei het gras indien nodig flink nat. Tja, en mocht het licht geel zien na de reis: geen paniek. Met een paar flinke sproeibeurten of regenbuien komt het wel weer goed.

- En de moestuin? Je kunt niet alles hebben. Die weelde aan verse groenten loop je jammerlijk mis…

foto:hans clauzing

Tips

Aktie in de moestuin

In juli kun je nog venkel, pastinaak en rode bietjes zaaien; voor radijs, sla, postelein en spinazie is het misschien al de tweede of derde zaaironde. Verder mogen nu plantjes van winterse kolen de grond in, evenals van prei, koolrabi, sla en winterandijvie. In het augustusnummer van Groei & Bloei lees je alles over het zaaien van veldsla; voor het gemak krijg je er een zakje zaad van veldsla bij! Dit nummer ligt vanaf 17 juli in de winkel.

Enthousiaste egelskopjes

De inheemse waterplant egelskop of Sparganium past prima in een natuurlijk ogende vijver. Je hebt drie soorten: grote, kleine en drijvende egelskop. Hij bloeit wittig in de zomer en vormt zaden die wel wat van egelskopjes weg hebben. Groeit de plant te enthousiast? Knip elk jaar gerust een boel uitlopers weg en kieper ze op de composthoop. Let op: gooi nooit en te nimmer exotische waterplanten in sloten, watergangen of gemeentevijvers! Ze kunnen akelig de overhand nemen en inheemse waterflora en fauna verstikken.

Knoflook en ui

Gewoonlijk is geel of bruin blad in de moestuin reden tot zorg, niet tot vreugde. Behalve bij knoflook en uien. Dat komt doordat het hier om iets anders gaat dan verwelken. Bij ui en knoflook heet het geel worden en plat tegen de grond vallen van het blad ’strijken’. Natuurlijk is dit strijken ook een soort verwelken. Alleen is het bij knoflook en ui meteen de welkome aankondiging van de oogst. Je mag een ui best al oogsten zonder dat zijn blad gestreken is. Lekker, want het loof kun je dan eveneens eten. Het idee achter het wachten op het strijken is dat we een zo dik mogelijke ui wensen, waar al het sap en de voedingstoffen uit het loof in zitten opgeslagen. Het leukste van de uien- en knoflookoogst is het vlechten, een paar dagen later, en de aanblik van die hangende strengen in de schuur.

Minivisjes: goud-elrits

Schattig, die oranje minivisjes die de vijver zo levendig in scholen doorkruisen. De Latijnse naam is Pimephales promelas; de Nederlandse naam luidt goud-elrits ’Mona Lisa’, gouden Lisa of oranjerood waterlelievisje. Ze meten hooguit 8 cm en overwinteren probleemloos buiten. Ze vermenigvuldigen zich talrijk tijdens hun korte leven. Koop er ongeveer tien bij de start.

Luxeprobleem geoogst

Kun je de bessen en aardbeien niet op? Los dit luxeprobleem op door de vruchtjes in te vriezen. Ris de afgespoelde bessen van de steeltjes en stop ze in doosjes in de vriezer. Prima voor sap, dessertsaus en jam, of in de kruimeltaart. Selecteer voor het invriezen van aardbeien de kleinere, stevige exemplaren. Spreid ze schoon en droog uit op een dienblad of bakblik, schuif dit in de vriezer en verzamel ze na een uurtje in diepvriesdozen.

Een nostalgische verrassing: tuinanjers

Al zien ze er teer uit, toch zijn anjers vrij gemakkelijke tuinplanten. Op een zonnige plek zijn deze wat ouderwetse planten al gauw op dreef, vooral in doorlatende, iets kalkhoudende grond. Op arme grond is extra voeding welkom. Ze worden niet hoog en blijven compact; dat maakt ze heel geschikt voor de borderrand of voor gezellige potten en bakken op het terras. Ook na de bloei blijft de anjer of Dianthus aantrekkelijk, dankzij het zilvergrijze of zeegroene blad. Genoeg redenen voor een hernieuwde kennismaking. Het is geen langlevende plant; na drie jaar wordt het allemaal wat schriel en houtig. Het helpt als je de planten in de herfst flink terugknipt. En je kunt ze goed stekken: tussen mei en september. Zoek sterke scheuten uit zonder bloemknoppen, trek die voorzichtig los van de steel zodat er een ’hieltje’ ontstaat. Steek de scheuten in een pot of zaaibakje, in een mix van potgrond en zand of speciale zaai- en stekgrond. Zet de bakjes onbedekt weg op een schaduwrijke plek en houd ze vochtig. Na zes tot acht weken zijn er worteltjes gevormd en verpoot je de stekjes naar aparte potjes. Knijp na enige tijd de topjes uit nieuwe scheuten om de plant extra vol en stevig te houden. In de vroege herfst kun je de oude anjers rooien en de nieuwe uitplanten.

foto:anita meuleman

Sierbraam

De lieve bloemetjes op de foto horen weliswaar bij een braam, verwacht alleen geen vruchtjes. Het is een sierbraam, met de Latijnse naam Rubus ulmifolius ’Bellidiflorus’, wat ongeveer betekent: blad van een iep en bloemen als een madeliefje. Doet het meer aan een roosje denken? Klopt, maar er bestaan ook pomponmadeliefjes. Juist het feit dat de bloemetjes gevuld zijn maakt dat de plant onvruchtbaar is en geen bramen zal dragen. Het voordeel is weer, dat de bloei lang duurt, van juli tot en met augustus. Als je de uitgebloeide bloemtakken terugknipt tot waar je een nieuwe scheut ziet komen, bloeit hij in september nogmaals. Net als bij een eetbare braam knip je in de winter de takken die gebloeid hebben helemaal terug om deze woeste groeier in toom te houden.

foto:leontine trijber

Pak heksenkruid sterk aan

Juist in dit seizoen is het zaak om vervelend onkruid streng aan te pakken. Dat geldt zelfs voor een lieflijk uitziend plantje als het heksenkruid (Circaea lutetiana). Dit onkruid heeft witte, gemakkelijk afbrekende wortels die vervolgens weer vrolijk doorgroeien, net als bij zevenblad. Bovendien vormt het zaad dat zich vrijgevig verspreidt. Ga er nu flink tegenaan, voordat je in een verloren strijd verzandt …Vooral na een mals buitje laten de wortels zich nog redelijk uit de grond trekken.

foto:leontine trijber

Prachtige bloemen van de hibiscus in je tuin

De tuinhibiscus heet ook wel altheastruik en de Latijnse naam is Hibiscus syriacus. Deze heester met frisgroen, glanzend blad bloeit van juli tot in het najaar. De indrukwekkende bloemen hebben enkele of dubbele bloemblaadjes in kleuren die variëren van violetblauw tot rood, en van lichtpaars tot spierwit. Bekijk die bloemen eens van dichtbij, en ontdek hoe leuk de meeldraden combineren met dat opvallend roodpaarse hart. Leuk is ook dat deze rijkbloeiende struik nauwelijks eisen stelt aan zijn standplaats; hij doet het in bijna elke tuin, in de zon of halfschaduw. In een zonnige border is Hibiscus prima te combineren met vaste planten als zonnehoed (Echinacea), duizendblad (Achillea) en floxen. Als de heester het naar zijn zin heeft wordt hij wel drie meter hoog. Om hem compact te houden, kun je de takken in het voorjaar wat terugsnoeien. Verder vraagt hij geen noemenswaardige verzorging. Fijn tijdsbesparend; zo kun je optimaal relaxen in je eigen zomertuin. Voor wie weinig ruimte heeft is de tuinhibiscus op stam verkrijgbaar. Aan zijn voet laat dit ‘boompje’ ruimte over voor andere, lage beplanting. Meer weten over de tuinhibiscus? Kijk op www.mooiwatplantendoen.nl

Tips

Tomaten toppen

Knip de toppen nu maar uit de tomatenplanten; de tomaatjes zullen anders niet meer rijpen. Snoei buitentomaten terug tot op de vierde tros, kastomaten tot zes trossen. De plant kan zo alle energie inzetten om jou handen vol grote tomaten te leveren. In de Tuinkalender van Groei & Bloei zie je wat er deze maand allemaal te doen is in de (moes)tuin. Het julinummer ligt in de winkel.

Hete peper

Een kleurig zicht, een struikje vol pepers. Eerst komen de bloemetjes, dan zie je de lange, smalle vruchten groeien. Pluk ze groen, zo rek je de productie. Wie van pittig houdt, laat ze langer zitten en rood kleuren. In de nazomer, als het kouder wordt, kun je de hele struik rooien en met de wortels omhoog in schuur of kas ophangen. Ze rijpen nog weken door. In de diepvries zijn ze maanden te bewaren en heb je ze steeds bij de hand!

Gezouten paardenbloem

Paardenbloemen horen in de wei thuis, niet in het gazon. Je krijgt ze weg door in het hart van het rozet wat zout te strooien. Wel goed mikken!

Hoera, de daglelies bloeien weer

Je kunt de spectaculaire bloemen van de daglelie of Hemerocallis eten, ze zijn echt lekker en elke bloemkleur heeft zijn eigen smaak. Neem eens een hap; het is net of je licht zoetig of citroenig blad van een krop ijssla eet. De geel getinte bloemen zijn wat frisser en de rode wat pittiger, precies zoals je verwacht. Overigens: alleen enkelbloemige types zijn eetbaar. Daglelies moet je beslist in je tuin hebben, zelfs als je er niet van eet. Ze zijn mooi, makkelijk, verdragen vocht en schaduw. En ze krijgen zelden slakken op bezoek; die hebben duidelijk een andere smaak dan wij... De naam zegt het al, iedere bloem bloeit één dag. Gelukkig zijn het er veel! Het is slim om uitgebloeide bloemen steeds weg te halen, evenals bloemknoppen die raar opzwellen - met dank aan de galmug.

Stop de aardbeienkindjes in bed

Aardbeien maken uitlopers met ’dochterplantjes’ die je kunt gebruiken voor het volgende jaar. Als je wat aarde op de uitlopers legt en regelmatig water geeft, vormen de dochterplantjes sneller wortels. Geef ze daarna een plek op een nieuw bedje.

Droogtebestendig grijs in de border

Planten met grijs of zilverkleurig behaard blad en vetplanten kunnen uitstekend tegen droogte. Misschien de oplossing voor die altijd kwijnende, dorre tuinhoek! Leg eens een border aan met louter grijs- en zilverbladigen. Spannend! Ga alvast op zoek naar supergrijze planten bij de kweker of in kijktuinen, noteer de namen en begin in september met de metamorfose. Suggesties: Stachys byzantina, Ruta graveolens ’Jackman’s Blue’, hoge Macleya, het siergrasje Festuca glauca, lavendel, Artemisia en Sedum.

Vaste planten opfrissen

Na de bloei knip je sommige vaste planten terug, zodat ze er weer fris uit zien en wie weet een tweede keer bloeien. Dit geldt o.a. voor salvia, kattenkruid, ooievaarsbek, duizendblad, margriet en ridderspoor. Ook vrouwenmantel frist op van een knipbeurt; bekijk hoe je dat doet op www.groei.nl.

Snoei en bloei van blauweregen

Wisteria (blauweregen) snoei je om hem in toom te houden èn om de bloei te stimuleren. In de eerste jaren na aanplant selecteer je een aantal horizontale hoofdtakken, de zogenaamde gesteltakken. De andere scheuten knip je steeds helemaal weg tot op de verticale hoofdstam. Zodra de gesteltakken de gewenste lengte hebben, ga je ze terugknippen of toppen. Aan de gesteltakken ontstaan daarna zijscheuten, die je na de bloei inkort tot drie à vier knoppen. Rond deze tijd kun je meteen wortelopslag afscheuren, of ongewenste scheuten zolang die nog zacht zijn. Tussen half november en begin januari snoei je de scheuten nogmaals terug tot ongeveer 10 centimeter, zodat er twee à drie knoppen overblijven. Aan deze zijscheutjes groeien de bloemtrossen. Vaak hoor je tuiniers klagen dat de Wisteria niet bloeit.

De oorzaken op een rijtje:

- Bij een gezaaid exemplaar kan het tot tien jaar duren voordat de bloemen verschijnen.

- Een te donkere standplaats. Uiteindelijk zal de plant toch het licht opzoeken en bloeien.

- Te veel water en voeding waardoor de plant vooral blad aanmaakt. Een Wisteria vormt zelf stikstof bevattende knolletjes aan de wortels, dus mest is overbodig.

- Verkeerde snoei, bijvoorbeeld nét voordat hij gaat bloeien waardoor alle bloemknoppen zijn afgeknipt.

foto:leontine trijber

Hoe krijg je libellen rond je vijver ?

In en rond de vijver krioelt het van het leven. Althans, als daar voldoende planten groeien. Want die begroeiing is onmisbaar voor de zuurstofproductie, de waterkwaliteit, de temperatuur van het water ... en voor libellen. Libellen zetten hun eitjes meestal af op waterplanten.

Hier wat tips om libellen te lokken:

* Zorg voor gevarieerde begroeiing en volop zuurstofplanten in en om het water.

* Haal bij onderhoud nooit meer dan de helft van de vijver leeg.

* Laat verwijderde waterplanten een dag uitdruipen aan de vijverrand. Libellenlarven en andere insecten kunnen zo nog gauw terugkruipen.

* Een visloze vijver geeft de waterdiertjes meer overlevingskansen.

* Volwassen libellen vangen vliegende insecten. Zet dus vooral insectvriendelijke planten in je tuin.

foto l.b. tettenborn

Wij vallen op kokos

Bij het schommelen maken kinderen wel eens een smak. Fijn als rubberen valtegels dan het leed beperken. Inmiddels bestaat er een duurzaam alternatief met een natuurlijker uitstraling: kokos bodembedekker. Dit restproduct, gemaakt van de zachte bast van kokosnoten, kenden we al als onkruidwerende bodembedekker. Het kreeg onlangs het veiligheidscertificaat voor ’valdempende werking’. Een laag van 5 cm onder het speeltoestel volstaat. Gaat de laag slijten? Er mag gewoon een nieuwe laag overheen. 

Populaire roos voor de tuin: 'Schneewittchen'

Op lijstjes met makkelijke planten zie je meestal geen rozen staan. Behalve de plantsoenroos Rosa rugosa stellen rozen namelijk flink wat eisen. Je kunt ze niet simpelweg overal neerzetten. Een roos wil vocht, voedsel en zon. En graag een luchtige standplaats. Als de wind een beetje door de bladeren kan spelen, droogt de struik na regen of ochtenddauw sneller op. Stuk voor stuk voorwaarden, waaraan je moet voldoen. Zo niet, dan kan de roos last krijgen van sterreroetdauw of meeldauw. Maar ja, wat is een tuin zonder rozen? De keuze aan rozen is echt enorm. De klassieker Rosa 'Schneewittchen' is nog steeds erg gewild. Deze trosroos bloeit uitbundig en langdurig door, het is een van de bekendste en meest bekroonde rozen. In het hart van de halfgevulde, hagelwitte bloemen zijn goudkleurige meeldraden zichtbaar. Bij kouder, regenachtig weer krijgen de bloemen, die helaas niet geuren, soms rozerode ’sproetjes’. Het glanzende, donkergroene blad zit aan bijna doornloze takken. De 'Schneewittchen' is verkrijgbaar als leivorm, als struikvorm en op stam. De bloemen komen mooi uit bij het groengeel van vrouwenmantel of bij de donkere bloeiaren van Salvia nemorosa ’Caradonna’.

foto:elke borkowski

Tips

Breng je rozen in conditie

Een gezonde roos is een mooie roos. Als de conditie goed is, zullen ziekten en plagen hem niet snel deren. De struik gebruikt veel voedsel; houd de grond dus op peil met mest die sporenelementen en magnesium bevat, zoals speciale rozenmest. Een rijke bloementooi zal je beloning zijn.

Twee keer in bloei

Als de imposante bloemen van riddersporen (Delphinium) uitgebloeid raken, knip je ze terug tot 15 cm hoog. Een handje mestkorrels erbij en de planten zullen fris uitlopen, en je verrassen met een bescheiden bloeiherhaling in de nazomer.

Snoeien mag

Het hoeft niet per se, het mag wel: de schaar zetten in struiken die nu uitgebloeid zijn. Kolkwitzia, bruidsbloem (Deutzia) en boerenjasmijn (Philadelphus) bloeien volgend jaar op de takken die ze dit jaar vormen. Snoeien helpt om de struik te verjongen of een fraaiere vorm te geven. Zaag vooral enkele oude, dikke takken tot de voet af. De basis loopt weer sterk uit. Herhaal dit jaarlijks en de heester blijft een lust voor het oog.

Gezond gazon

Bij warm weer is ’s avonds grasmaaien het beste. Doe dat tweemaal per week, tenzij de groei stagneert, zoals bij droogte. Maai dan minder en niet te kort. Strooi ook 's zomers een ruime portie langzaam werkende, organische mest, zodat het gazon frisgroen en gezond blijft. De grasplantjes hebben veel voedsel nodig om hun geweldige groeiprestatie te leveren. Als je het gras dikwijls maait kan het maaisel best blijven liggen. Stroken en hopen maaisel die de machine achterlaat moet je weghalen. Anders verandert dat maaisel in een bruine viltlaag, die de grasmat verstikt. Ook bij regen kun je het beter afvoeren. Een opvangbak aan de machine werkt handig. Het alternatief is de grashark. Breng het verzamelde gras naar de composthoop en verspreid het of meng het met grover tuinafval zodat het snel verteert.

Zomersnoei bij druiven

Wat kan zo’n druif hard groeien! Meterslange ranken, als je even niet kijkt. Dat kost kracht, die de plant beter in de productie van verrukkelijk zoete vruchten kan steken. Snoei daarom een druif zowel in de winter als in de zomer. Knip de ranken nu af tot op twee bladeren na elk gevormd trosje. Geen tros te ontdekken? Snoei die rank gewoon tot 40 cm terug. De eigenwijze plant maakt vervolgens in de oksels van de gespaarde bladeren wederom uitlopers. Kort die eveneens regelmatig in. Ga voor een instructief filmpje over het snoeien van druiven naar www.groei.nl.

Aantrekkelijk insectenhotel

Het is een komen en gaan van insecten in de tuin. Dat zijn zowel nuttige bezoekers als ongewenste gasten, ongure types. Misschien kun je het bezoek enigszins bijsturen door schuilplaatsen te creëren. Tuinwinkels verkopen geschikte huisjes voor vlinders, solitaire bijen en lieveheersbeestjes. Of maak zelf een leuk insectenhotel: met holle stengels van gevarieerde doorsnee, gevat in een paar latten. Kijk in het julinummer van Groei & Bloei, dat nu in de winkel ligt, voor een werkbeschrijving van een insecten-toren.

Kleurige kroonanemonen

Bij de bloemist staan de iele bosjes Anemone coronaria vaak wat petieterig in een emmer. In de vaas in een warme kamer worden de bloemen snel ’wakker’. Boven een groene kraag van blad ontvouwen zich zes tot acht satijnen bloemblaadjes, met een fluwelen hart en een krans donkere meeldraden. Anemone coronaria of kroonanemoon komt van nature voor in het Middellandse-Zeegebied en is familie van de ranonkelachtigen (Ranunculaceae). In de volle grond worden ze 20 tot 40 cm hoog, afhankelijk van de bodem. Je hebt ze met enkele en met dubbele bloemen. Het is een zogenaamd knolgewas; de droge, zwarte knolletjes zijn bij gespecialiseerde bollenkwekers en in tuincentra verkrijgbaar. Een tip: voorkom dat ze uitdrogen, zet ze na aankoop zo gauw mogelijk in de tuin. Laat de keiharde knolletjes wel eerst een nacht in water weken, zodat ze vlotter aan de groei gaan. Behandel ze voorzichtig, de knolletjes breken gemakkelijk. Plant ze op een zonnige plek, op een diepte van ruim 5 cm, met een onderlinge afstand van 10 cm. Op licht vochtige, goed waterdoorlatende grond krijg je de beste resultaten. In juni geplante knolletjes bloeien rond eind augustus. Omdat ze redelijk winterhard zijn, komen ze soms jaren achter elkaar terug. Geef ze af en toe wat mestkorreltjes, dat stimuleert de bloei. 

foto:ibc

Zomerse smaakmaker: basilicum

Basilicum houdt van warmte, dit eenjarige kruid hoort helemaal bij de zomer. Gun de plant een zonnig, beschut plekje in goed doorlatende grond. Je kunt basilicum prima stekken. Als je topjes van stevige stengels neemt en in het water zet, maken ze al gauw worteltjes; een slimme manier om het seizoen te verlengen. Eet geoogste basilicum vooral lekker vers. Drogen of invriezen kan eventueel ook wel, er gaat alleen veel smaak verloren. Weet je dat je basilicum nooit moet snijden, maar altijd moet scheuren? Als je de blaadjes snijdt, ontstaan er lelijke, bruine randjes. Er bestaan allerlei soorten basilicum, elk met een eigen aroma. Paarse basilicum kun je zelfs in warme gerechten serveren, de kruidige smaak blijft overeind. Kook het niet langer mee dan vijf minuten. 

foto:george otter

Fleurige bloemenboter

Het lijkt wel of niemand meer omkijkt naar planten waar je geen omkijken naar hebt. Daarom: hoogste tijd voor een herwaardering van ouderwetse planten. Met oranje goudsbloem, borage en oost-indische kers kun je perfecte bloemenboter maken. Laat een pakje boter op kamertemperatuur komen, prak er fijngehakte goudsbloemblaadjes, boragebloemetjes plus bloem en wat blad van oost-indische kers (foto) doorheen, wat geraspte citroenschil en een snufje zout. De vrolijkste boter voor buffet en barbecue!

foto:visionspictures.com

Aanrader voor elke tuin: Weigelia

Weigelia is een prachtige bladverliezende heester, die bloeit met witte, rode of roze klokvormige bloemen. De winterharde struik groeit zowel in de zon als in de halfschaduw en stelt prijs op goed gedraineerde, voedselrijke grond. Er bestaan diverse kweekvormen van Weigelia, die je op verschillende manieren kunt gebruiken. In een gemengde border bijvoorbeeld, of als opvallende solitairstruik. Een van de meest aangeplante types is Weigelia florida (foto). Dwergvormen als Monet (’Verweig’) en Minor Black (’Verweig 3’) zijn ideaal als potplant op het terras of balkon en uiteraard ook prima geschikt voor kleine tuinen. Weigelia bloeit op takken die het vorige jaar zijn gegroeid. Daarom moet je deze heester pas na de bloei snoeien en niet, zoals de vlinderstruik, in het vroege voorjaar. Om een Weigelia te verjongen haal je oude takken helemaal weg. Lange, jonge takken knip je zo nodig een beetje terug. Soorten met bijzondere bladkleuren snoei je eventueel iets sterker terug, de blaadjes aan de jonge scheuten zijn namelijk extra kleurig. Heesters die niet tijdig worden gesnoeid, verouderen al na enkele jaren. De bloei neemt steeds meer af en ze worden vooral onderin lelijk kaal.

Tips

Vertroetel je kuipplanten

Gezellig, die potten en bakken op balkon en terras - als de planten tenminste genoeg aandacht krijgen. Dat betekent: dagelijks water geven, bij hitte zelfs twee keer per dag. Verder: elke week wat vloeibare mest erbij. Overdrijf het echter niet; te veel meststof kan verbrande wortels opleveren en zo’n dode staak - dat staat beslist níet gezellig.

Als je knijpt krijg je meer bloei

Planten groeien mooi bossig uit als je in het seizoen meerdere malen de stengeltoppen afknijpt. Dit lukt bijvoorbeeld perfect bij fuchsia’s. Het stimuleert de plant om zijtakken te vormen. Als dank verschijnen er extra veel bloemen.

Zelf compost maken

Heb je het tuinafval trouw op de composthoop verzameld? Na een jaartje zal het gedeeltelijk verteerd zijn. Nu de rest nog. Tijd om de inhoud van compostvat of -hoop te keren, zodat de onderkant boven komt en halfvergaan en verteerd spul vermengd raken. Zo kan er weer lucht bij, dat stimuleert de afbraak. Even geduld en de compost is klaar voor gebruik!

Appelwants lust niet alleen appels

In juni zie je soms groene of bronskleurige plekken ontstaan op de jonge appels. De boosdoener is de groene appelwants (Lygocoris pabulinus). Tot eind juni legt de wants zijn eitjes op de schors van bomen en struiken, waar ze overwinteren. Gelukkig hebben de verkleurde plekken geen invloed op de smaak van de appels; je hoeft de wants dus eigenlijk niet te bestrijden. Voor het blad van paprika, aubergine en komkommer zijn wantsen echter wel schadelijk, vooral als ze er met een legertje op afkomen. De bladeren raken misvormd en de groei vertraagt. Als het te gek wordt kun je de wantsen doeltreffend bestrijden in de winter: bespuit de stammen en takken van je fruitboompjes met een milieuvriendelijk middel op basis van minerale olie. De vloeistof bedekt de eitjes en verstikt ze.

Bij hoge temperaturen of droogte hebben groenten het stevig te verduren; onbeschermd tegen zon en wind bivakkeren ze in de open grond. De aarde droogt hier sneller uit dan in de beschutte borders of halfbeschaduwde perken van de siertuin. Dus: vaker gieten of besproeien. Planten houden overigens niet van een Spartaans koude douche, net als de meeste mensen. Tap daarom water uit de regenton of houd altijd enkele gevulde gieters bij de hand, op buitentemperatuur.

De sla schiet in de bloei

Kropsla krijgt bij droog, zomers weer de neiging om te gaan 'schieten'. Logisch, een plant moet aan zijn nageslacht denken. Valt er veel regen, dan kan het onderste blad gaan rotten. Het is altijd wat! Verwerk de sla gauw in een gezonde salade, dan heb je weinig last van schieten of nattigheid. Of kies echte zomerrassen, die kunnen er redelijk tegen. Probeer volgende keer ’Appia’ eens, of ’Fiorella’ of ’Rigoletto’ kropsla. Alleen de naam al. En voor nu: geef de kroppen de ruimte en houd de grond licht vochtig. Meer tips over moestuinieren vind je iedere maand in Groei & Bloei, het julinummer ligt al in de winkel.

Is het een boom of struik ?

Volgens de ’Dikke van Dale’ is een boom een houtachtige plant met één stevige stam die zich pas op enige hoogte boven de grond vertakt. Een heester beschrijft het woordenboek als 'een boomachtige struik' met takken die laag bij de grond ontspringen. In de praktijk is het verschil tussen bomen en heesters minder helder. Door consequent snoeien kun je een heester namelijk best omvormen tot een laag, meerstammig boompje. Andersom kweek je van ’echte’ bomen leuke meerstammige struikvormen. Neem de sierappel of Malus. Meestal koop je een sierappel als een boom met één rechte stam die zich vertakt vanaf 2 meter of hoger. Maar ze zijn ook meerstammig verkrijgbaar en dat noem je dan een boom met meerdere hoofdstammen of een hoge struik. Er zijn meer bomen die meerstammig worden opgekweekt. Acer cappadocicum is een mooi voorbeeld. Deze esdoorn wordt van nature zeker 10 meter hoog. In meerstammige vorm blijft hij een stuk lager. Trouwens, bijna alle boomvormen die meerstammig mogen uitgroeien blijven lager dan de gewone eenstammige boom. Catatalpa (zie foto) is al even veelzijdig; deze boom kan fors uitgroeien, daarnaast is hij te koop als de bekende bolvorm op stam, of als een fraaie heester. Geïnteresseerd in heesters en bomen? Lees er meer over op www.groei.nl.

foto:mhgp/modeste herwig

Groene smurrie in het water

Zit de vijver akelig vol draadalg of -wier? Mogelijk komt het door een teveel aan voedsel in het water: restanten vissenvoer of ingewaaide blad. Met zuurstofplanten los je dit probleem niet helemaal op. Gelukkig, want allerlei diertjes in de vijver leven van die wieren. Overtollige smurrie schep je eruit met een net, of draai je eruit met een stok. In de vangst verschuilen zich nog nuttige waterwezens. Geef ze de kans om terug te vluchten; laat de hoopjes een paar uur op de oeverrand rusten.

foto:hans clauzing

Kan overal : de lage patio clematis

Clematis of bosrank kennen we vooral als flinke klimplanten met opvallende bloemen. Wist je dat er ook prachtige, compacte clematissen voor kleine tuinen bestaan? Kwekers hebben de laatste jaren varianten ontwikkeld die bossig groeien, niet hoger reiken dan anderhalve meter en royaal bloeien van juni tot in augustus: de zogenaamde patio-clematis. Wat wil je nog meer, voor je tuintje, terras of balkon! Clematis ’Picardy’ is er zo eentje, evenals ’Bijou’, ’Hendryetta’ en ’Medley’. Clematis x durandii (op de foto) is een bescheiden klimmer tot 1,5 m hoog. Toch hebben deze lagere clematissen met hun slappe twijgen wel een steuntje nodig. Denk aan een hekje, een sierlijk klimelement of een paar berkentakken. Clematis staat graag met z'n wortels in de koele bodem en met z’n bloemen in de zon. Maak een plantgat van minstens 40 bij 40 cm of gebruik een ruime pot en zorg voor humusrijke, voedzame grond met wat kalk. Mest de plant tussen maart en augustus regelmatig bij en laat de grond niet uitdrogen. Een clematis die vóór 21 juni bloeit kun je na de bloei licht snoeien. Alle clematissoorten die later bloeien doen dit op het eenjarige hout; snoei die in het voorjaar rigoureus terug.

foto:mhgp/modeste herwig

Tips

Klavertjes in 't gras

Klaver in het gazon wijst meestal op gebrek aan voeding of vocht. Klaver verdraagt dat beter dan gras. De beste manier om klaver te bestrijden is dus: het gras verwennen. Maai het gazon tweemaal per week en laat het maaisel liggen. Bemest het met een organische meststof, die voeding geeft en meteen de grond verbetert.

Durf de schaar erin te zetten

Een heleboel vaste planten kun je vóór de langste dag terugknippen, zodat ze lager blijven en stevig en vol worden. Bovendien bloeien ze dan iets later en daar kun je mee spelen: je spreidt en verlengt de bloei, als je maar een deel van de bloemstelen behandelt. Probeer het met Monarda, Eupatorium, Helenium, Kalimeris, diverse asters en flox. Op www.groei.nl vind je een instructief filmpje over het terugknippen van floxen.

Eendenkroos

Gezellig, die dobberende eendjes in de tuinvijver. Beter dan een reiger! Let wel op: misschien laten ze iets achter? Kroos heet niet voor niets eendenkroos. Verwijder het zo snel mogelijk uit de vijver.

Knolkapucien, ooit van gehoord?

Het is een vergeten groente, die knolkapucien. De geribbelde paarse, rode of witte knollen zijn niet bepaald moeders mooiste; gelukkig maakt het bovengrondse deel van de plant alles goed. Deze uitbundige klimmer zal je moestuin in een mum van tijd opsmukken met zijn weelderige blad en ranken. Eén exemplaar is eigenlijk al voldoende. Vanaf september verschijnen er oranje bloemetjes die eetbaar zijn. Plant de knollen in rulle aarde, zodat ze gemakkelijk wortelen. Doe dat na de ijsheiligen, het groen bevriest vrij snel. Knolkapucien kan wel 2 meter hoog worden. Oogst de knollen van einde herfst tot in de winter. Lekker in stoofpotjes, of in een roerbakgerecht. Eén plant brengt wel 3 tot 5 kilo op. ’s Winters sterft het groen af; niet gerooide knollen kunnen overwinteren en weer uitlopen.

Loopt Iris door de tuin?

Om irissen in toom te houden, moet je ze regelmatig 'scheuren'. Dat gaat het beste na de bloei. Scheuren klinkt altijd zo simpel, alsof je papier doormidden scheurt, maar uiteindelijk komt er soms de bijl aan te pas! Steek aan de buitenranden wat irisstukken af met een scherpe spade. Daar zitten de jonge planten met hun verdikte worteltjes, die je kunt herplanten.

Kiwi snoeien

Een karweitje vanaf de maand juni: het snoeien van de kiwi (Actinidia chinensis). Je moet het in de zomer af en toe herhalen, want de kiwiplant kan meterslange slierten maken die weinig nut hebben voor de vruchtopbrengst. Kort de takken na de laatste bloemknop (de latere vrucht) in tot vier à vijf knoppen. Zo kunnen de zonnestralen er beter bij evenals de insecten die voor bestuiving zorgen. In de winter, rond half december, krijgt de klimmer nog een snoeibeurt, vóórdat de sapstroom op gang komt.

Vruchten dunnen

Het lijkt zo geweldig: veel vruchten aan de appel-, peren- en pruimenboom. Toch is het beter om in de loop van de maand een deel van die vruchten te verwijderen. Hierdoor wordt het resterende fruit groter en smakelijker.

Slakken gaten in de Hosta

Een Hosta heb je meestal in je tuin vanwege het fraaie blad. Bij Hosta ’Blue Angel’ (foto) zijn ook de bloemen heel aantrekkelijk. Deze Hosta is bovendien slakkenproof; het blad is zo dik dat slakken zich er niet aan wagen. Een weerbare engel! De meeste andere hosta-soorten vallen wèl in de smaak - helaas. Niets dan gaten, ondanks allerlei trucs, zoals bier om slakken in de val te lokken of scherp grind om ze te ontmoedigen. Misschien helpt knoflookextract beter. Je maakt het door twee hele knoflookbollen te pletten en 10 minuten te koken in een liter water. Zeef het water vervolgens en bewaar het in een afsluitbare fles. Voeg per liter water telkens 2 volle eetlepels van dit extract toe en vernevel dat om de 2 à 3 weken met de plantenspuit over de bedreigde plant.

foto:leontine trijber

Hallo lief beestje

Schattig zo'n mol, met zwartglanzende velletje en te grote roze graafhanden. Jammer dat hij overal grondhoopjes maakt op je gave grasmat. Rond deze tijd komt weer een nieuwe generatie mollen ter wereld. De vijanden zijn talrijk: wezel, hermelijn, vos, hond, uil, buizerd, reiger, ooievaar. Soms dreigt er honger of verdrinking en het grootste gevaar vormt de mens. Wat te doen? Wegjagen lukt moeilijk; volgende generaties gebruiken oude gangen. Ze toch maar accepteren en regelmatig de grasmat repareren? 

foto:Michael David Hill

Bloeiende bermtuin bespaard tijd

Druk, druk, we hebben het héél erg druk. Met een veeleisende baan, zorg voor opgroeiende kinderen, het huishouden. En bovendien nog de tuin, die moet er toch een beetje aardig uitzien; waar haal je de tijd vandaan? Bestaat er een leuke tuin die weinig werk kost? Jazeker, de oplossing is: de bermtuin! In een bermtuin groeien allemaal wilde planten die - net als een wegberm - één of meer keren per jaar worden gemaaid. Maaien is beslist nodig, het voorkomt dat bramen en brandnetels de overhand krijgen. Wees niet bang dat een plant zich na de maaibeurt niet herstelt. Het maaisel voer je af. Planten die niet welkom zijn haal je weg en het staat je vrij om allerlei planten toe te voegen die je wèl wenst. Heemplanten bijvoorbeeld, als ratelaar, wilde peen, beemdkroon, weidesalie, beemdooievaarsbek en wilde pastinaak. Of uitheemse planten die van nature in wegbermen voorkomen, zoals zeeuws knoopje, vrouwenmantel, venkel en campanula’s. Tussen de planten zullen vanzelf de gewone grassen verschijnen, daarnaast mag je gerust wat siergrassen inplanten. Geen nood als de bermtuin er na het maaien als een gele hooiwei uitziet. Na een regenbui gaan de planten in sneltreinvaart weer in bloei. 

foto:mhgp/modeste herwig

Tips

Geef potplanten dagelijks water

Vergeet niet de planten in de buitenpotten en bakken elke dag van water te voorzien, op warme, zonnige dagen zelfs twee keer. Doe je rondje ook als het regent; het meeste regenwater spettert namelijk over het blad naast de pot, in plaats van erin.

 

Overdrijf eens met een buitenboeket

Pak een enorme vaas, een zinken emmer of bak en schik er bloemen in, mooi vulblad, grassen en zelfs takken met onrijpe vruchten. Maak er een bombastisch boeket van voor de tuintafel. Pluk de bloemen als de knop net opengaat en doe dat ’s morgens, want in de loop van de dag drogen ze meestal wat uit. Snijd de stengels af met een scherp mes, zonder rafels en haal het onderste blad weg. Zet je creatie uit de zon en uit de wind.

 

Help, heermoes

Een gevreesd onkruid, dat Equisetum arvense ofwel heermoes, akkerpest of paardenstaart. Het is buitengewoon hardnekkig; chemische bestrijding lukt niet. Begin een uitputtingsslag, want de eindeloze volhouder wint: blijf de plant uitspitten en wegplukken.

 

Lekkere groente: postelein

Tot half augustus kun je postelein zaaien. Doen! De teelt van deze gezonde, smakelijke groente is gemakkelijk. Maak een bedje ter grootte van een jutezak schoon en egaal, strooi het fijne zaad (vermengd met zand) gelijkmatig uit. Besproei met water en vlei er een vochtig gemaakte jutezak of doek over, totdat na een dag of drie, vier, een rood waas van kiempjes verschijnt. Zaaien in een (balkon)bak mag natuurlijk eveneens. Oogst de postelein zodra de stengeltjes 15 cm meten; snijd ze bij de voet af, net boven enkele blaadjes. Ze groeien daarna weer aan voor een tweede oogst. Zaai volgende maand nog een keer. Postelein kook je net als spinazie, heel kort. Of stop de blaadjes rauw in de salade. Iedere maand vind je dit soort handige tips in de speciale Moestuinrubriek van Groei & Bloei.

 

Steun de Dahlia's

Balen … als je lupines, riddersporen, zonnebloemen of dahlia's omknakken vanwege hun zware bloemen! Je voorkomt het, door ze nu op te binden of te steunen. Dat laatste lukt goed met snoeihout. In een instructief filmpje op www.groei.nl zie je hoe je dat doet bij dahlia's.

 

Maak meer van je olijfboompje

Zachtjesaan krijgt de olijfboom lieve crèmekleurige bloempjes en als dit een lange, warme zomer wordt, verschijnen er misschien ook vruchten. Ze vallen vanzelf af als ze rijp en zwart zijn. Zie je de flessen geurige olie van de eerste koude persing al voor je? Reken er niet op in ons klimaat! Neem nu halfverhoute stekken met hieltje (flintertje van de hoofdtak); zet die in stekgrond, afgedekt met plastic. Houd de grond vochtig. Als de stekken gaan groeien verplant je ze naar een pot met potgrond.

 

Kamerplanten naar buiten

Sommige kamerplanten parkeer je fijn heel de zomer buiten. Graaf aronskelk, Anthurium, Dracaena, Schefflera of vingerplant compleet met pot in, op een niet te zonnige plek en laat ze niet verdrogen. De Ficus benjamina en palm laat je af en toe van een verfrissende, afstoffende regenbui genieten.

 

 

 

Ganzen lusten graag ganzerik

Ganzerik (Potentilla) is best een bijzondere plant. In gematigde streken van het noordelijk halfrond komen er zeker vijfhonderd soorten van voor. Daaronder zowel kruidachtige planten als struikjes. Minder bekend zijn de vasteplant-potentilla’s, waarvan in Nederland ruim een dozijn varianten verkrijgbaar zijn. Voor ganzen zijn de bladeren van deze plant een lekkernij, vandaar de naam ganzerik. Op de foto zie je Potentilla megalantha, ook wel bekend als P. fragiformis, een polvormende vaste plant, 15 tot 25 cm hoog, met goudgele bloemen in de zomer. Hij staat liefst in de zon, in goed afwaterende grond. Net als bij vrouwenmantel blijven de waterdruppels na een bui als parels op het behaarde blad liggen. Van oorsprong komt deze soort uit Japan en delen van Siberië. 

foto:visionspictures.com

Nu rozen uitzoeken

Zoek je een roos met een speciale kleur, geur of bloemvorm? Dit is de perfecte tijd om bij de kwekers rond te neuzen en je bloeiende uitverkorene te vinden. Rozen mag je gerust in de zomer planten. Graaf een royaal plantgat en spit de bodem los. Houd de pot een poosje onder water, bevrijd de kluit en zet de roos op zijn plaats. De entplek moet circa 5 cm boven het oppervlak komen. Vul het plantgat met een mix van de uitgeschepte aarde en compost. Tot slot even aantrappen en regelmatig bevochtigen. 

foto:hans clauzing

Egels en tuiniers helpen elkaar

Egels zijn erg nuttig in de tuin, ze eten schadelijke insecten en slakken. Helaas zie je ze steeds minder, door de voortgaande uitbreiding van steden en wegen en door verontreiniging van water en bodem. Egels staan inmiddels op de lijst van beschermde diersoorten. Door de egels te helpen, help je je eigen tuin. Hier wat tips:

* Een egel schuilt en overwintert graag in compostbakken, bladhopen of takkenbossen.

* Controleer voordat je in de composthoop begint te scheppen of er soms een egel rondscharrelt. Van juli tot november kan er misschien een egelnest in zitten.

* Heb je vogelnetten over kleinfruit gespannen? Hang de netten minimaal 30 cm boven de grond zodat er geen egels in verstrikt raken.

* Een egel kan in een hermetisch afgesloten tuin niet naar binnen. Zorg dus voor openingen in de schutting of maak een afscheiding door middel van een heg.

Egels zijn geen knuffeldieren; je moet ze eigenlijk vooral met rust laten. Ontdek je ergens een zieke of gewonde egel? Op de website www.egelopvang.nl staan opvangadressen en tips voor de verzorging. Meer over egels en aanraders voor een egelvriendelijke tuin vind je in het julinummer van Groei & Bloei dat vanaf 19 juni in de winkel ligt.

foto:leontine trijber

Tips

Kruiden plukken

Al gebruik je niet alles uit de kruidentuin, snijd toch hier en daar wat kruidenstengels af om zaadvorming uit te stellen. Maak er eens kruidenboter van! Hier een recept: roer 100 gram boter zacht in een kom, doe er vier uitgeperste tenen knoflook bij, evenals wat citroensap, zout en een eetlepel van elk van de volgende kruiden: fijngehakte peterselie, kervel, bieslook en dille. Vorm er een rolletje van, laat dat opstijven in de koelkast en snijd het daarna in plakjes.

 

Trek eropuit!

Juni is een topmaand om andermans tuin te bekijken. Je leert ervan en het brengt je op ideeën. Maak foto’s van originele plantencombinaties of vondsten die je wilt onthouden. Stel een leuke route samen met behulp van de site www.bezoekmijntuin.nl.

 

Nuttige kwakers

Wist je dat padden en kikkers niet alleen helpen bij de strijd tegen allerlei insecten, maar ook tegen slakken? Ze steken graag hun kwakersnoet in een hoopje slakkeneitjes en smikkelen er op los. Zelfs kleine slakken glibberen moeiteloos naar binnen.

 

Tweejarigen kun je nu zaaien

Tweejarigen planten gaan niet lang mee, de naam zegt het al. De zaden ontkiemen aan het begin van de zomer, na de bloei. In het eerste jaar maakt de plant alleen blad aan. In het tweede jaar volgen in het voorjaar de bloemen. Na de bloei sterft de plant af en begint de cyclus opnieuw. Bekende tweejarigen zijn het vergeet-mij-nietje, tuinmadeliefjes, muurbloemen, damastbloem, vingerhoedskruid, stokroos en het mariëtteklokje. Veel soorten zaaien zich rijkelijk uit, maar je kunt ze ook zelf zaaien. Bij de tuincentra is volop zaad van tweejarigen te koop. Heb je die al in de tuin, dan kost het je niets; oogst de rijpe zaden, zoek een halfbeschaduwd plekje en strooi het zaad op rijtjes uit. Zo kun je later de zaailingen goed onderscheiden van onkruid. Na opkomst dun je de rijtjes uit.

 

Strak geschoren hagen

Juni: tijd om hagen te knippen. Taxus, beuk, haagbeuk en snelgroeiende coniferen zijn toe aan een snoeibeurt. In de zomerperiode komen al snel weer nieuwe scheuten in zicht, zeker als de heg vóór de langste dag (21 juni) is geschoren. Tja, dat betekent nogmaals een snoeikarwei, zo rond september, voor wie een superstrak winterbeeld wenst.

 

Van de fuch-fuch-fuchsia

Die speciale fuchsia, daar zou je er wel tig van willen bezitten! Gelukkig gaat stekken supereenvoudig. Zoek jonge takken uit, snijd de toppen eraf met een scherp mesje en haal de onderste blaadjes van de topjes weg. Vul een pot met stekgrond en verdeel de stekjes langs de rand. In een 9-cm potje passen er zeker vijf. Overkap de pot met doorzichtig materiaal en zorg dat de aarde niet uitdroogt. Zodra er groei te zien is mag het kapje eraf. Top je nieuwe fuchsia's af en toe, voor een royale plant met veel zijtakken.

 

Geen asperges meer

Jammer, na 21 juni stopt het aspergeseizoen. Ook in de groentetuin, want de planten moeten nu stengels en groen aanmaken om energie op te doen voor volgend jaar. Schep er wat mest bij en laat ze hun gang gaan.

 

 

Bessen snoepen

Frambozen, aalbessen, kruisbessen, blauwe bessen, bramen: allemaal vruchtjes die je gemakkelijk zelf kweekt. Je start met jonge struikjes of planten en vaak krijg je na één seizoen al wat vruchten, en in het jaar daarna een aardige opbrengst. Een bessenstruik heeft weinig ruimte nodig en stelt weinig eisen. Verzorging en snoei zijn echt niet ingewikkeld. Perfect voor drukke tuinliefhebbers en de kindvriendelijke tuin. Want zeg nu zelf, wat smaakt er beter dan besjes die je van je eigen struiken plukt!

foto:peter bauwens

Walnoten likeur

Snoei walnotenbomen alleen als dat nodig is om de vorm te verfraaien of dode en aangetaste takken te verwijderen. Het mag vanaf juni, het gevaar van ’bloeden’ is nu wel geweken. Jammer, je raakt meteen wat walnoten in wording kwijt. Hoewel… van die groene bolsters maak je gewoon een lekker likeurtje! Recept: stop 20 onrijpe walnoten (in grove stukken) met 1 biologische citroen (in schijven), 3 kruidnagels en 10 gram kaneelstok in een grote weckfles of pot. Schenk er een liter brandewijn over, sluit af en laat alles twee maanden in het donker staan. Tussendoor eens per week even schudden. Zeef het brouwsel door een filterzak of doekje. Voeg een kilo suiker toe, schud nu om de dag en laat de suiker in tien dagen oplossen, voordat je de likeur in een sierlijke fles opslaat.

foto:dana de nooij

Salvia om te hebben

Salvia nemorosa is een populaire tuinplant, die met zijn paarsblauwe aren en rechtopgaande groeivorm voor een onmisbaar contrast zorgt in de border. De bloemstengels van Salvia nemorosa zijn dicht bezet met kleine bloemen in vrij grote schutbladen. Omdat deze schutbladen mooi op kleur blijven als de bloempjes zijn uitgebloeid, is Salvia nemorosa ook na de bloei leuk om te zien. De meest gebruikte soort is al jaren de Salvia nemorosa ’Ostfriesland’. Maar er is nu concurrentie. De recentere ’Caradonna’ krijgt steeds meer fans. Omdat de stengels van deze variëteit zo goed als zwart zijn, is de totale kleurindruk van ’Caradonna’ sterker dan van ’Ostfriesland’. De plant begint in juni te bloeien en houdt dat vol tot in september. De bloemen zelf zijn paarsblauw en de schutblaadjes zijn een paar tinten donkerder. Samen met die zwartpaarse bloemstengels is dit vóór, tijdens en na de bloei een aantrekkelijke plant, een hebbeding! Op zandgrond wordt Salvia ’Caradonna’ ongeveer 60 centimeter hoog. Op vruchtbare klei haalt hij ruim 80 centimeter en toch blijft hij keurig rechtop staan. Salvia’s groeien het liefst op een plek waar het water goed weg kan. Over het algemeen houden ze van veel zon, hoewel ’Caradonna’ niet moeilijk doet over een beetje schaduw.

foto: anita meuleman

Probeer de fritularia eens

Fritillaria is een bolgewas uit de leliefamilie. De bijzondere bloemen hebben de vorm van een klokje of beker; fritillus betekent dobbelbeker in het Latijn. De meeste soorten, klein of groot, bloeien in april en mei. Fritillaria staat graag op een plek in de volle zon of halfschaduw. Oorspronkelijk komt het gewas uit de bergen van Turkije, Iran, Irak en Afghanistan; niet zo gek dat vooral kleinere types zich thuis voelen in de rotstuin. Soorten als Fritillaria meleagris, F. elwesii en F. hermonis zien er natuurlijker uit en doen het perfect in grasland en onder bomen. De bol vermeerdert zich door verspreiding van zaden. Wil je ze zelf zaaien, strooi dan wat turf tussen de planten, daarin kiemen ze sneller. Je kunt Fritillaria in de volle grond laten groeien, of in een decoratief groepje potten op het balkon of terras. De indrukwekkende Fritellaria imperialis, of keizerskroon, kwam al in 1575 vanuit Constantinopel naar West-Europa en fungeert sindsdien in allerlei tuinstijlen als aandachttrekker. Kwekers blijven op zoek naar nieuwe varianten. De belangrijkste nu: de oranjerode ’Aurora’ en ’Premier’, gele ’Lutea’ en ’Maxima Lutea’ (zie foto) en de dieprode ’Rubra’ en ’Rubra Maxima’. 

foto:ibc

Tips

Steunpalen

De functie van boompalen is dat ze jonge bomen steunen en rechthouden; ze zijn niet voor de sier. Zodra de kluit zich stevig in de grond verankerd heeft en de boom op eigen benen kan staan, kunnen die steunpilaren weg. Gemiddeld is dit na een jaar of vier. Soms is het ondergrondse deel van de paal al behoorlijk verteerd en kun je hem voorzichtig omtrappen. Voel je veel weerstand, pak dan de zaag.

Gezellig: tuinmarkten

Rond deze tijd kun je overal plantendagen en beurzen bezoeken. Vooral op ruilmarkten kom je op een voordelige manier aan nieuwe planten. Liefhebbers die zelf zaaien, stekken, scheuren, bieden er hun overtollige gekweekte planten aan. Kijk voor plantenmarkten in jouw buurt op www.groei.nl, klik op “Vereniging”. Of zoek in de Agendarubriek van het juninummer van Groei & Bloei, nu in de winkel

Etenstijd!

Na de bloei stellen bloembollen wat extra voeding op prijs. Geef ze bijvoorbeeld Vinasse, een bioproduct uit de suikerbietenindustrie dat gunstig werkt voor bollen en knollen.

Meer en meer planten

Tuingeraniums zijn simpel te vermeerderen, door de pol op te graven en in delen te scheuren of voorzichtig uit elkaar te trekken. Het beste doe je dat in het voorjaar. Er is voor iedere tuinsituatie wel een Geranium te vinden: de keuze is enorm en de honderden soorten variëren van 5 tot 125 cm hoog. Daar zitten ideale bodembedekkers bij en prachtige weefplanten. De meeste zijn winterhard. Ze houden gewoonlijk van zon of halfschaduw en vochtige, humusrijke grond; sommige verdragen echter de diepste schaduw of een droge, zonnige standplaats. Heel waardevol zijn de laatbloeiende types, ontstaan uit kruisingen met Geranium wallichianum, G. lambertii of G. kishtvariense. Andere planten die je goed kunt scheuren zijn Nepeta, Monarda, Rudbeckia, Phlox, Selenium, Bergenia, Astrantia en Hemerocallis.

 

Vroege bloeiers snoeien

Het is een slim idee om nu de heesters te snoeien, die in bloei stonden in de periode januari tot en met mei, zoals Ribes, Forsythia, Chaenomeles (Japanse sierkwee), Kerria Japonica (ranonkelstruik), boerenjasmijn, Weigelia, Deutzia (bruidsbloem) en Kolkwitzia (koninginnenstruik). Ze blijven het mooist als je ze direct na de bloei snoeit. Knip de uitgebloeide bloemtakken terug tot in het hart van de struik. Kort zo nodig enkele eenjarige takken in voor een betere vorm. Dit snoeien stimuleert de aanmaak van nieuwe takken, die volgend jaar weer rijkelijk zullen bloeien. Geef de struiken na de snoei meteen een handje organische mest of wat compost

Spitsuur in de groentetuin

Het is tweerichtingsverkeer: enerzijds valt er al te oogsten, anderzijds kun je volop zaaien en planten. Zodra je van de eerste radijzen en slasoorten begint te eten, kun je direct het zaad voor een tweede oogst uitstrooien. Verder mag je nog allerlei zomergroenten zaaien, zoals rode biet, wortelen en boontjes; de voorgekweekte groenteplantjes verhuizen naar hun definitieve plaats. Zo raakt de moestuin langzaamaan weer leuk gevuld.

Nieuwe planten in de vijver

In mei is het vijverwater al aardig opgewarmd, een prima tijd om de beplanting eens op peil te brengen. In natuurlijke vijvers graaf je ze gewoon in de bodem in, zowel langs de oevers als in de diepte. Bij kunstmatige vijvers kun je kiezen tussen het planten in de oeverzone of in vijvermandjes. Manden hebben het voordeel dat de planten zonder moeite verplaatsbaar zijn en niet kunnen woekeren. Houd bij het plaatsen van een mandje rekening met de diepte die de plant wenst. Voor het vullen van de manden is speciale vijvergrond te koop, die voornamelijk uit klei bestaat met wat toegevoegde, langzaam werkende meststof. Die mest is niet per se nodig; de meeste planten groeien uitstekend in een basis van kleikorrels of vijversubstraat. Beide bevatten geen voeding maar geven wel houvast aan de wortels. De plant haalt zijn voedsel uit het vijverwater en het mooie is, dat algen minder kans krijgen in voedselarm water. Vijvermandjes heb je in allerlei maten, zowel van geperforeerde kunststof als van textiel. Een kunststof mandje moet je eerst bekleden met een lap jute om uitspoeling van de vijvergrond te voorkomen. Vul het mandje met grond en vijverplant, druk de basis stevig aan en dek die af met een laagje fijn grind of kiezels. Laat het mandje rustig in het water zakken.

foto:mhgp/modeste herwig

Koolmees zoekt nestje

De koolmees zie je in bijna elke tuin. Omdat ze zo veel voorkomen heerst er een gebrek aan natuurlijke nestelholten. Je doet ze dus een plezier met een nestkastje, waarvan de invliegopening ongeveer 32 tot 35 mm moet zijn. Hang het zo op dat de kat er niet bij kan! De vogeltjes leggen 1 à 2 keer per jaar een nestje met 8 tot 13 eieren. Koolmezen eten rupsen en insecten. 's Winters bungelen ze enthousiast en als ware acrobaten aan vetbollen en pindanetjes. Koolmezen kennen wel 40 verschillende riedeltjes en laten in elke hoek van hun territorium andere horen. Zo proberen ze hun buurtjes wijsmaken dat het al druk bezet is in dat gebied… Benieuwd naar die riedels? Ga voor een geluidsfragment naar www.groei.nl (klik op “Tuininrichting”, “Dieren in de tuin” en “Koolmees”). 

foto:istockphoto.com

Mooi vlas: Linum perenne ’Saphir’

Nostalgisch beeld uit vroeger tijden: uitgestrekte vlasakkers met een blauwe waas van tienduizenden bloemetjes. Verliest het vlas (Linum) als nutsplant steeds meer terrein, als sierlijke tuinplant doet het nog dapper mee. De verschillende soorten en kweekvormen hebben allemaal naaldachtige blaadjes en ze houden van veel zon. Linum perenne ’Saphir’ wordt circa 50 cm hoog en bloeit met een weelderige hoeveelheid blauwe bloemetjes, die zich vaak in de loop van de middag al sluiten.

foto:hans clauzing

Moestuinieren met kinderen

Kinderen vinden het leuk om iets te zien groeien. Het wordt helemaal spannend, als ze het daarna ook kunnen proeven. Het smaakvermogen vormt zich ergens tussen het derde en zevende levensjaar. Kleine kinderen kunnen dus meer proeven en staan waarschijnlijk meer open voor nieuwe smaakervaringen dan we denken. Juist jonge kinderen geven we vaak overdreven veel zoetigheid en we houden ze weg van zoute, bittere, hartige en zure smaken, met de duizenden nuances daar tussen. Geef de kinderen eens de kans om allerlei verschillende smaakjes te leren kennen. Je zou een mini-proeftuin kunnen aanleggen: een klein stukje tuin of een serie bakken en potten met planten die elk een specifieke smaak hebben. Laat ze het lekker ontdekken en proeven. In één moeite door maken ze zo kennis met het fenomeen zaaien en met de grote variatie in zaden. Veel ruimte heb je niet nodig voor de proeftuin, een smalle strook grond, een zaaibed van 20 tot 30 centimeter breed en 1 tot 1,5 meter lang, is al voldoende. Wie geen tuin heeft vult simpelweg tien bloempotjes met potgrond en zet ze op het terras of op een lichte vensterbank. Binnen kun je er vanaf april mee beginnen, buiten lukt het zaaien het beste na half mei.

foto:Istockphoto.com

Tips

De boom hangt te vol

Te veel vruchten aan een boom vergroot de kans op ziek of miserabel fruit, insectenplagen, en schamele bloemvorming in het volgende jaar. Dunnen, is de boodschap. De meeste fruitbomen doen het zelf al: natuurlijke rui. Perzikbomen stoten in mei de onbestoven vruchtbeginsels en zwakke of misvormde vruchtjes af. Ook bij appels zie je in mei deze vruchtval. Help gerust een handje, om verzwakking van de boom te voorkomen. Knijp beschadigde en achterblijvende appeltjes af. Desnoods, als het een hoge boom betreft, alleen bij de onderste takken.

Aardappels

Het kan een aardappel heel weinig schelen op welke grondsoort hij moet groeien, zolang die niet te nat is. Graag voelt hij volle zon en luchtige wind over zijn blad; dat houdt de aardappelziekte op een afstand. Het aanaarden van de planten voorkomt dat de knollen groen verkleuren. Begin ermee als het blad 10 cm hoog staat, herhaal het bij 20 cm. Maak gave, lange ruggen, dicht tegen de planten aan, zonder het loof te bedelven.

Een buxusfabeltje

Het schijnt dat je buxus alleen mag knippen bij bewolkt weer. Hoewel? De meningen zijn verdeeld. Volgens buxuskweker Willem van Leeuwen is het een wijdverbreide fabel: ”Snoei buxus als je er zin in hebt. Natuurlijk laat je die snoeischaar met rust op een knetterhete dag hartje zomer, dat is een kwestie van gezond verstand. Bij normale zonneschijn hoef je je geen zorgen te maken over verbrandingsverschijnselen. Stel, je kiest een bewolkte dag om te snoeien en één dag of een week later schijnt de zon volop, dan brandt die evengoed in op het nog kwetsbare blad. Het is net als bij mensen, iedereen moet na de winter weer wennen aan zonlicht. Snoei gewoon wanneer het je uitkomt en neem een beetje bruinigheid voor lief. Buxus krijgt na de snoei altijd wel wat bruin blad, maar dat herstelt zich weer.”

Lucht in de kas

De temperatuur kan in mei al behoorlijk oplopen. Heerlijk toch? In de kas moet het alleen niet te gek worden, dus zet de deuren en ramen open. Doe ze ’s nachts weer dicht, om ongewenste temperatuurschommelingen te vermijden.

Boontjes in pot kweken

Boontjes op het terras of balkon? Waarom niet! Boontjes hebben mooi blad, leuke bloemen en de Franse types, haricots verts, produceren in een grote, diepe pot een leuke oogst van sliertig dunne bonen. Leg de zaaibonen 3 cm diep in de grond, laat de potgrond niet uitdrogen en pluk de boontjes als ze jong en nog dun zijn. Sojabonen plant je meestal in de volle grond. De variëteit Pearl, een van de allerlaagste (25-30 cm) en meest compacte soorten, kun je wel in een pot kweken. Lees meer over sojaboontjes in het juninummer van Groei & Bloei, dat nu in de winkel ligt.

Je tuin is geen kattenbak

Op een mooie dag wil iedereen naar buiten. Ook de (buur)katten. Zie je ze liever niet, dan bestaan er middeltjes om ze uit je tuin te weren. Zorg in elk geval dat de grond zoveel mogelijk bedekt is: waar planten groeien kan een kat niet graven. Zo wordt je tuin geen kattenbak.

Gezellig bonte bloementuin

Een droom van een zomertuin vol bontgekleurde bloemen, die je kunt plukken, die insecten en vogels lokken en die tot in de herfst bloeien. Met sterke, rijkbloeiende planten kun je die droom in korte tijd verwezenlijken.

Schaf ze nu aan, zet ze voor eind mei in de grond, en vanaf juni start jouw bloemenfeestje. Moeilijk is het niet. Het beste stel je eerst een solide plantenlijst op en reken je uit hoeveel exemplaren je nodig hebt. Kies voor een mengeling van eenjarige, tweejarige en vaste planten in allerlei kleuren. Door bepaalde soorten, combinaties en kleuren regelmatig te herhalen, ontstaat een mooi geheel. Zorg voor een losse, humusrijke en voedzame bodem en een zonnige plek. Verdeel de planten over het oppervlak, op de juiste plantafstand.

Voor een snel resultaat zet je de planten iets dichter bij elkaar. Gemiddeld kun je 9 planten per vierkante meter aanhouden en voor kleine soorten, zoals goudsbloem en ganzerik, 16 planten. Grotere types, zoals ridderspoor, geef je meer ruimte: 9 stuks per vierkante meter. Hoog opgaande planten als stokroos worden minder breed, reken op ongeveer 12 per vierkante meter. Het fijne van vaste planten is dat ze gewoon kunnen blijven staan en volgend jaar weer terugkomen. In mei vul je open plekken weer op met een- en tweejarigen.

foto:mhgp/modeste herwig

De voordelen van een vijver

Een vijver maakt je tuin voor een heleboel diertjes een stuk aantrekkelijker. Een diervriendelijke vijver heeft verschillende waterniveaus, inclusief een ondiep moerasgedeelte waarin bijvoorbeeld vogels kunnen drinken en badderen. Het water trekt kikkers, padden en salamanders aan, en mooie insecten zoals libellen. Kortom, een vijver in de tuin is goed voor de biodiversiteit. Minder diervriendelijk zijn strakke vijvers met rechte wanden. Daar komen kikkers, salamanders en padden misschien wel in, maar niet uit. Een strakke vijver moet je in elk geval voorzien van een kikkertrap, een plankje met kippengaas of dwarslatjes. Zo kunnen kikkers en padden het water toch verlaten. Hoe je een kikkertrap zelf kunt maken lees je op www.groei.nl; klik via ’tuin’ op ’zelf maken’.

foro:maayke de ridder

Wauw dat is blauw !

Zulke blauwe bloemen, dat is iets bijzonders. De blauwe papaver, Meconopsis betonicifolia, is geen gemakkelijke plant, maar de aanblik van een groepje bloeiende blauwe papavers vergeet je nooit meer. Meconopsis doet het alleen goed in koele, voedselrijke grond, die aan de zure kant is. Plant hem in de halfschaduw en geef bij droogte extra water. Knip na de bloei de bloemstelen af, zodat de plant geen energie steekt in het vormen van zaad en de kans groter wordt dat hij volgend jaar weer terugkomt.

foto:kalkhoven fotografie

Stralende sterretjes voor tuin en terras

Roodsterretjes of Rhodohypoxis zijn grappige, lage plantjes met smal, grasachtig blad. Ze bloeien lekker lang met witte, roze of rozerode bloemetjes; je hebt er echt heel de zomer plezier van. Van oorsprong komt het plantje uit zuidelijk Afrika; rond 1920 brachten plantenjagers het mee naar Groot-Brittannië, waar verschillende kwekers zich enthousiast stortten op de vermeerdering en veredeling van deze nieuwigheid. Zo ontstonden er ruim honderd verschillende types Rhodohypoxis, met meer bloemen en intensere kleuren dan de oorspronkelijke Afrikaanse planten. In Nederland zijn roodsterretjes volop verkrijgbaar, in het voorjaar kun je ze bloeiend en wel kopen in de tuinwinkels. Naast roodsterretjes heb je ook geelsterretjes (Hypoxis). Geelsterretjes komen in het wild voor in zuidelijk Afrika en in delen van Azië, de Verenigde Staten en Australië. Ze worden iets hoger dan roodsterretjes, hebben langere bloemstengels en per bloemstengel krijg je meerdere gele bloemen. Ze ogen wat losser en natuurlijker. Ze bloeien nòg langer dan de roodsterretjes, alleen niet elke dag: de bloemen openen zich vooral bij mooi weer, terwijl roodsterretjes onder elke weersomstandigheid bloeien. 

foto:anita meuleman

Tips

Zet ze buiten

Na 15 mei kun je alle binnen voorgezaaide en voorgetrokken planten in de tuin uitplanten. Laat ze vóór die tijd buiten, op een beschutte plek en uit de volle zon, af en toe wennen aan weer en wind. Op www.groei.nl kun je een instructief filmpje bekijken.

Doen: struiktomaten

Maak het jezelf gemakkelijk, plant eens struiktomaten. Ze hebben nauwelijks steun nodig - tenzij de oogst zo overdadig uitvalt dat de takken de aarde raken. Grondvocht doet de tomaten geen goed. Als je de struiken op heuveltjes plant, loop je minder risico. De plant groeit naar alle kanten wijd uit en vormt een struik vol kleurige vruchten. Ze doen het trouwens fantastisch in potten. Neem bijvoorbeeld het ras ’Brin de Muguet’, dat een superoogst van zoete, smakelijke kerstomaatjes geeft. Dat ziet er kleurig uit en dat is smullen: in de sla, op de boterham of in de soep. Dit type hoef je niet te toppen, of te dieven - je weet wel, het weghalen van uitlopers in de stengel-oksels. Vergeet niet dagelijks water te geven!

Rabarber op het menu

Van rabarber mag je oogsten tot begin juli. Trek daarbij de stengels met een draaiende beweging uit de basis. En, al is het nog zo lekker, haal niet meer dan de helft tegelijk van een plant. Eerst even geduld tot er weer nieuwe stengels en blad zijn gevormd. Van rabarberplanten die je in het voorjaar hebt geplant, kun je beter pas volgend jaar oogsten; zo krijgt de plant de tijd om groot en sterk te worden. Strooi in het voorjaar wat compost en organische mest bij de plant, voordat de dikke knoppen zich ontrollen. Rabarber heeft veel voeding nodig om wortelgestel, stengels en bladmassa in conditie te houden. Tip: Soorten met groene stelen, zoals ’Victoria’ en ’Goliath’, groeien hard; ze zijn goed in te vriezen. Rode stelen smaken meer uitgesproken, bijvoorbeeld van ’Miesa’ en ’Frambozenrood’.

Gazon met madeliefjes

Madeliefjes in het gras zijn moeilijk weg te krijgen, tenzij je de bladrozetten consequent blijft uitsteken. Maar als je nu geen madeliefjes hebt en ze wel erg graag zou willen? Het makkelijkste is het om een paar polletjes te vragen aan iemand met een gazon met madeliefjes. Of je zaait ze zelf. Steek hier en daar een dikke graszode uit ter grootte van een stoeptegel en keer die om, zodat de zode diep onder de grond komt. Hark de bovenkant netjes vlak. Zo ontstaat een zaaibedje van ongeveer 30 bij 30 cm. In de natuur maken mollen deze zaaiplekjes. Vind je dit te veel gedoe, zaai ze dan in juni-juli op een apart bedje in de tuin. Houd de grond goed vochtig en dun de plantjes na opkomst uit op circa 7 cm. In het najaar ga je de zaailingen verplanten, op 15 cm van elkaar. Madeliefje (Bellis perennis) houdt van zon of halfschaduw en van vochtige grond. Zou je je gazon liever veranderen in een natuurlijk stuk grasland, vol madeliefjes, klaver, pinksterbloem en brunel? Pak het gewoon op dezelfde manier aan. Speciale zaadmengsels vind je in tuincentra of kun je online bestellen bij diverse zaadhandelaren.

Welke planten zijn giftig ?

Als de kinderen vaak in de tuin spelen is het slim om te weten welke planten giftig zijn en welke niet. De meeste tuinplanten vallen in de categorie ’licht tot matig giftig’. Dit betekent dat ze niet bedoeld zijn om van te eten, maar een enkel hapje heeft geen blijvende gevolgen. Een beperkt aantal planten is sterker giftig. Je kunt het soms al vermoeden als je bedenkt tot welke familie een plant behoort. Wees in het algemeen voorzichtig met wintergroene planten en planten met melksap. Families met veel giftige planten zijn onder andere de Solanaceae (aardappelfamilie), de Ranunculaceae (boterbloemfamilie), de Apocynaceae (maagdenpalmfamilie) en de Liliaceae (veel bolgewassen). Bij de Apiaceae (schermbloemen) vind je meerdere planten die huidirritatie opwekken. Gelukkig bestaan er daarnaast kindvriendelijke plantenfamilies. Grassen en bamboes zijn vrijwel nooit giftig. Ook de rozenfamilie, waarin nogal wat (sier)fruitbomen thuishoren, bevat weinig giftige planten. Toch blijft het verstandig om kinderen al vroeg te leren nooit zomaar een stukje van een plant in het mondje te stoppen. Totdat ze de tuinbloemen herkennen die juist wel eetbaar zijn… Bij het meinummer van Groei & Bloei krijg je een zakje zaad voor eetbare bloemen cadeau. Dit nummer ligt nu in de winkel.

foto:istockphoto.com

Leifruit in de tuin

Omdat leifruit smal blijft en niet hoger wordt dan je wenst, zijn deze boompjes zelfs inzetbaar in een kleine tuin. Een waaier van pruimen tegen een muur, appels in een pot, takken vol peren tegen de schuur, een haag van stoofperen, het kan allemaal. Voor een plek tegen een muur of schutting is de peer het meest geschikt; herfstperen staan graag tegen een muur op het zuiden of westen, zomerperen tegen de oostkant. Pruimen groeien tegen iedere muur die minstens vier uur per dag zonneschijn krijgt. Geen muurruimte vrij? Kies dan voor vrijstaande leibomen, bij voorkeur appelboompjes. Die staan namelijk liever in de wind dan tegen een warme muur. Een lage haag van leifruit is een prachtig gezicht, en een rij hogere leibomen op de erfgrens is ook erg fijn voor de buren! 

foto:mhgp/modeste herwig

Dol op aurikels

Wil je een veldje vol aurikels (Primula auricula), zaai ze dan in het voorjaar. Het duurt wel even voordat je bloeiende planten hebt en de kleuren van de bloemen kunnen verschillen. Delen gaat sneller en elk nieuw plantje is hetzelfde als de moederplant. Een gezonde plant dijt flink uit en maakt vanuit de wortels nieuwe uitlopers, compleet met een bladrozet. Na de bloei peuter je deze uitlopers voorzichtig los en stopt ze in een pot met gaten in de bodem, gevuld met humusrijke, goed doorlatende grond.

foto:mhgp/modeste herwig

Zo doe je dat met kuip planten

Nog even en de kuipplanten mogen weer naar buiten. Hier wat tips voor de verzorging.

* De ene plant verdraagt meer kou dan de andere. Koop dus een kuipplant die niet schrikt van een beetje vorst, zoals veel mediterrane planten of soorten uit Zuid-Brazilië, Nieuw-Zeeland en Zuid-Australië.

* Waar ga je ze 's winters onderbrengen? Het moet een lichte, koele plek zijn. Alleen bladverliezende Fuchsia's en Agapanthussen en sommige knolgewassen hebben in de winter geen licht nodig; ze kunnen in een donker schuurtje overwinteren.

* Laat de plant voor hij naar buiten gaat langzaam wennen aan het licht. Zet hem eerst op een beschaduwd plekje en niet pal in de volle zon.

* Een kuipplant moet je om de paar jaar verpotten. Dat doe je in het voorjaar. Schraap meteen de bovenste laag aarde tussen de wortels weg, daar hopen zich namelijk zoutresten op.

* Enkele weken daarna start je met bijmesten. Bedenk: organische mest werkt beter en langer dan kunstmest. Kies in het begin voor stikstofrijke mest (N) om de bladgroei te stimuleren. Vanaf eind augustus mag de mest weer rijker aan kalium zijn. De plant gaat het dan iets rustiger aandoen, vormt minder blad en wordt minder gevoelig voor vorst.

foto:anita meuleman

Kweek je eigen sla

Sla is heel gewoon, en tegelijk heel bijzonder. Zoveel soorten, zoveel kleuren! Het fijne is dat je sla in alle stadia kunt eten. Dus waarom wachten tot de plant volwassen is! Oogst de jonge blaadjes of zaai eens echte mini-kropjes. Lekker, snel, en decoratief. Het zaad van sla kiemt snel, zelfs als de temperatuur niet zo hoog is. De planten houden van grond die goed vocht vasthoudt: meng dus compost door de grond; een ideale basis. In het vroege voorjaar en de nazomer staan de groenten graag in de volle zon. In de zomer is een paar uur schaduw heel acceptabel. In droge periodes verwen je de planten met een extra buitje: met de tuinslang of gieter met broes. Behalve slakken zijn er bij de teelt van sla weinig problemen. Maart, april en mei zijn prima maanden om te zaaien. Zaai de sla eventueel voor, op een apart tuinbedje of in een schaaltje zaaigrond. Verspeen de zaailingen naar kleine 3 x 3 cm potjes of een planttray. Zodra ze die ruimte hebben opgevuld, plant je ze uit met 15 cm tussenruimte. Je staat er versteld van, hoe hard de plantjes groeien. Na een maandje oogst je kropjes van 10 tot 15 cm diameter. Snijd het complete mini-kropje onderaan voorzichtig af; dompel de sla op zijn kop onder in water om grond en vuil af te spoelen en serveer de krop in zijn geheel.

foro:Istockphoto

Tips

Cloches in de moestuin

Cloches, ofwel glazen klokken, kun je gebruiken om het plekje grond op te warmen waar je iets vroeg wilt zaaien of waar je een tere zaailing wilt beschermen tegen slakkenvraat of nachtvorst. Ze zijn er in verschillende maten en het staat bijzonder leuk!

Bodem met spierballen

Al tuinierend werk je stevig aan je conditie. Maar ook de grond van de moestuin moet in vorm blijven. Welke vakken hebben mest nodig? De behoefte verschilt per plantengroep. Het vak waar de kolen komen te staan kan wel wat extra voeding gebruiken. Peulvruchten, zoals erwten en bonen, houden juist niet van zwaar bemeste grond. Aardappelen en worteltjes evenmin. Check regelmatig of de grond vochtig genoeg is voor de opgroeiende planten. Met een mulchlaag van compost, schors, cacaodoppen, stro of hooi blijft het vochtgehalte op peil. Strooi geen mulch als de bodem nog erg koud is, want dan duurt de groeizame opwarming des te langer. Meer over moestuinieren vind je in de Moestuinrubriek van Groei & Bloei.

Blije bloemenzee van begonia’s

Zomerbollen als knolbegonia’s, anemonen en canna’s kun je beter eerst in potten voorkweken. Op een warm beschutte, lichte plek lopen de knollen snel uit. Moeilijk is het niet: je vult een pot of schaal met potgrond en legt de knollen erop met de roze groeipunten naar boven. Vul aan met aarde zodat de groeipunten net bedekt zijn. Nu nog water geven, en wegzetten in een koude bak of in een kasje. Je ziet ze groeien. Moeten het bossige struikjes worden, met volop vertakkingen en bloemknoppen, dan haal je de top uit de tere plantjes als die 10 à 15 cm zijn. Laat ze zachtjesaan afharden door de bak bij gunstig weer open te zetten of de pot buiten te plaatsen. Kijk wel uit voor nachtvorst, half mei is het pas veilig. Eind mei mogen ze de tuin in en staat je een bloemenzee te wachten!

Slakken passen zich aan Het klimaat verandert

Tegenwoordig brengt elk jaar nieuwe meteorologische records. Logisch dat onze tuinplanten een beetje van de wijs raken. En niet alleen de planten. Uit onderzoek blijkt dat ook tuinslakken zich aanpassen aan de opwarming van de aarde. Dat doen ze via de kleur van hun huisje. Langzamerhand zijn de mooie, gestreepte huisjes van de tuinslak duidelijk lichter van kleur geworden. Soms zijn ze zelfs bijna egaal geel. Dit lijkt een onbelangrijk detail, maar op een snikhete zomerdag kan het net het verschil maken tussen leven en dood. Een donker huisje warmt immers sneller op, en daar zit een slak niet op te wachten. Op youtube.com staat een aardig filmpje, zoek met de woorden: klimaataanpassing slakken. Blijf je na het bekijken hiervan moordneigingen houden, als slakken je zaailingen oppeuzelen? Realiseer je dat vooral de naaktslakken veel schade aanrichten. Het helpt als je rondom jonge, sappige plantjes een 5 cm brede barrière aanbrengt van fijngemaakte schelpen, cacaodoppen, sparrennaalden of scherp grind. Meer tips over slakkenbestrijding zie je in een filmpje op www.groei.nl.

Oorwurmen potjes

Een oorwurm, het klinkt wat zeurderig en naargeestig. Toch is een oorwurm een best beestje, je bondgenoot in de tuin. Hij helpt je om de fruitbomen vrij van insecten te houden. Oorwurmen verwerken de resten van planten en dieren en lusten graag bladluizen, perenbladvlooien en wollige bloedluizen. Verder eten ze larven en eieren van appelmaden, kommaschildluizen en kleine rupsen. In een week tijd verdelgen ze een luizenkolonie. Het is duidelijk dat je die oorwurmen in je tuin moet lokken en koesteren. Bijvoorbeeld met een aardewerken potje, gevuld met stro, waarin ze zich kunnen verschuilen. Je bindt een touwtje rond een handjevol stro, leidt het uiteinde van het touw door het gaatje in de pot en hangt het geheel ondersteboven dicht tegen de onderste takken of stam van de boom.

foto leontine trijber

Twaalfgoden kruid

Twaalfgodenkruid of Dodecatheon zie je vaak te koop als rotsplant. Toch is het eigenlijk een weideplant, afkomstig uit Noord-Amerika. Deze aparte, vaste tuinplant groeit liefst op een licht beschaduwde, niet te droge plek. De bloei wordt met de jaren rijker. Als de bloemen verschijnen hangen ze omlaag, later gaan ze rechtop staan; vandaar de Engelse naam Shooting Star. In de zomer sterft de plant af en verdwijnt uit het zicht. Kijk uit dat je de ondergrondse delen niet uitschoffelt of beschadigt.

Aardbeien kweken is niet moeilijk

Voor het kweken van aardbeien heb je een beschut, rul en niet al te armetierig stukje grond nodig. En al houden aardbeiplanten van zon, in de halfschaduw lukt het even goed. Er bestaan verschillende types. Je hebt aardbeien waarvan je ongeveer één maand vruchten oogst: soorten als ’Elsanta’, ’Gorella’, ’Korona’ en ’Polka’ produceren hun smakelijke aardbeien tussen eind mei en eind juni. Of je kiest voor het type doordragende aardbei, dat vruchten geeft van juni tot begin oktober. Enkele namen:’Charlotte’,’Mara des Bois’, ’Ostara’, ’Rapella’ en ’Selva’. Een kweekbedje maak je als volgt: werk eerst wat organische mestkorrels door de grond; zet de planten op 35 cm van elkaar in rijen van 40 cm onderlinge afstand. Houd ze voldoende vochtig, en na een tijdje verschijnen de bloemetjes al. Het is belangrijk dat onrijpe vruchtjes snel opdrogen na een regenbui, dus drapeer een laagje stro tussen de planten. Na de laatste oogst haal je verdord en geel blad weg, evenals de oudere bladeren, totdat er een kransje van zes jonge blaadjes overblijft. Uitlopers knip je steeds af, ook later in het seizoen. Dek bij strenge en aanhoudende vorst de planten af, zodat ze minder uitdrogen. 

foto istockphoto.com

Tips

Geen regen?

April doet wat hij wil. Het kan zomaar zes weken droog blijven. Laat de rododendrons en hortensia’s nu niet verdrogen, kiep er af en toe een emmer water bij. Houd ook jonge aanplant en zaaibedden vochtig.

Is speenkruid onkruid?

Speenkruid (Ranunculus ficaria) bloeit tussen februari en mei en kan een leuk veld met gele bloempjes vormen onder heesters. Helaas houden de woekerende groene rozetten geen halt bij de borders. Het kruid vermeerdert zich snel, via knolletjes en zaad. Als het je ergert spit je ze uit. In juni verdwijnt alles vanzelf …althans, bovengronds. Volgend voorjaar zijn ze er weer.

Pittige bloempotten

Geef saaie bakken en potten een opkikker. Verf ze in de kleur van je kozijnen, tuindeur, ligstoelen of lievelingsbloemen. Zo creëer je een eigen huis- en tuinstijl met acrylverf of watervaste latex. Ander idee: breng grijze structuur aan op potten door de buitenkanten in te smeren met dunne cementspecie. Elke maand vind je inspirerende doe-het-zelf tuinideeën in Groei & Bloei.

 

Mooi kruid: salie

Van alle saliesoorten wordt de echte salie, Salvia officinalis, het meest als keukenkruid gebruikt. Het zilvergrijze blad blijft het hele jaar aantrekkelijk, bovendien bloeit de plant prachtig paars. Voor de keuken kun je trouwens even goed een van die interessante kweekvormen van de echte salie gebruiken, zoals purperbladige ’Purpurascens’, bontbladige ’Tricolor’ of goudbladige ’Kew Gold’. Ze hebben dezelfde geurige, smakelijke eigenschappen. Salvia’s zijn halfheesters, ze houden van degelijk doorlatende grond en een zonnige plaats, met liever te weinig dan te veel water. Op zandgrond stellen ze prijs op flink wat compost. Zet eens een paar salies op je terras; ze doen het namelijk prima in pot. Snoeien doe je na de bloei (mei-juli) en in het voorjaar. Salvia kun je uitstekend zelf zaaien.

Tijdige modelsnoei

Sommige struiken snoei je eigenlijk niet, tenzij ze te groot worden. Modelleren mag wel. Magnolia x soulangeana, Euonymus europaeus, Hamamelis en Cornus kousa, bijvoorbeeld. Voed de struiken op als ze jong zijn, net als kinderen of honden. Nu red je het - wat de struiken betreft - nog met de snoeischaar. Straks wordt het zwaar werk met zaag en kapmes. Laat takken sierlijk en open uitgroeien, en niet hoger dan jij wenst. Geurige reuzensiertabak Zaai nu binnenshuis Nicotiana sylvestris, een imponerende, laat bloeiende siertabak voor achterin de border. Deze natuurlijk ogende eenjarige kan 1,5 m hoog worden. De trossen witte pijpjesbloemen staan van juli tot oktober boven het grove blad. De plant doet het in de volle zon en in de halfschaduw.

Verspenen

Het zaad komt op! Eerst verschijnen er twee kiemblaadjes; zodra de echte blaadjes er zijn plant je de zaailingen over in een grotere pot. Gekochte zaailingen ofwel plugjes stop je eveneens in plastic potjes met potgrond. Zorg voor licht, warmte en vocht, tot ze na half mei de tuin in kunnen. Op www.groei.nl staat een instructiefilmpje over voorzaaien en verspenen.

Irissen in alle kleuren van de regenboog

Er bestaan weinig plantenfamilies met bloemen in alle kleuren van de regenboog. De baardiris is een uitzondering. Veel varianten zijn tweekleurig en hebben in het hart zelfs een derde tint. Baardirissen danken hun naam aan de ’baard’ op de onderste kelkblaadjes. Dit is een smalle band van draden, die insecten houvast biedt en begeleidt naar de nectar dieper in de bloem. De dikke wortelstokken van baardirissen groeien het liefst in arme, zanderige grond, die kalk bevat. En in de volle zon graag! De wortels zie je vaak gedeeltelijk boven de grond liggen, ze willen in de zon ’bakken’. De bodem moet gemakkelijk afwateren, daarom worden baardirissen soms op een opgehoogd plantbed gekweekt. Leg bij het planten de dikke wortelstokken bijna horizontaal op een verhoging in het plantgat en spreid de dunnere wortels naar beneden uit. Laat de wortelstok daarbij naar het zuiden wijzen, de bladeren naar het noorden. Plant hoge soorten baardiris op een beschutte plek om schade door wind te voorkomen. Knip na de bloei de bloemstengels tot 10 cm boven de grond af, het blad laat je zitten. Bescherm irissen het eerste jaar na het planten ’s winters met een laagje stro. In het voorjaar en direct na de bloei kunnen ze wel wat meststof gebruiken, die weinig stikstof bevat.

foto mhgp modeste herwig

Vogeltje op-de-kruk

Voorjaarshelmbloem of Corydalis solida vormt in de tuin snel een lieflijk tapijtje. De gewone soort bloeit wat vaal paarsroze. Na tientallen jaren van kweken en kruisen zijn er inmiddels variëteiten te koop met felrode en purperen bloemen. Een andere naam voor deze plant is vogeltje-op-de-kruk, vanwege de typische vorm van de bloemen. De kleine trosjes bloemen verschijnen in maart-april. Zoals wel vaker bij vroege bloeiers sterft het blad in de zomer af. De plant trekt zich terug onder de grond in afwachting van betere tijden: het voorjaar. Het verspreidingsgebied van de voorjaarshelmbloem is omvangrijk: van Zuid-Europa tot in Noord-Rusland. In ons land kun je hem ’in het wild’ ontdekken in Zuid-Limburg, Friesland en Groningen, en aan de Zuid-Hollandse en Zeeuwse kust.

foto:hans clauzing

Flagstones zijn in

Flagstones zijn weer helemaal terug van weggeweest. In de jaren twintig en zestig van de vorige eeuw waren ze erg populair. Toen werden ze gemaakt van kwetsbaar zandsteen. Voor de moderne flagstones wordt harder natuursteen gebruikt, zoals kwartsiet en leisteen. Ze zijn veel minder poreus, waardoor ze niet zo snel kapotvriezen of glad worden. Flagstones kun je op allerlei manieren toepassen, denk aan paden en terrassen, of aan de afwerking van vijverranden, bekleding van muren en plantenbakken.

foto IBC

Sprookjesachtige elfenbloem

Het elfenbloempje of Epimedium bloeit al vroeg in het voorjaar. Het blad is bijna het hele jaar aardig om te zien. Jarenlang bleef deze vaste plant nogal onbekend en dus onbemind; vroeger bestonden er niet meer dan circa 10 varianten van. De laatste tijd is er veel meer keuze, de teller staat op ongeveer honderd. Fanatieke verzamelaars gaan er voor om dit moois allemaal te bezitten. De meeste van de nieuwe types komen uit China. Dat komt doordat de buitenlandse botanici nu weer in China mogen rondreizen. Ook de Chinese plantkundigen zelf zoeken ijverig naar onontdekte plantensoorten. Andere Epimediums zijn ooit gevonden in Japan, Korea en Rusland. Tot slot heb je er enkele die niet uit dit grote oostblok afstammen maar uit een klein westblokje: de Kaukasus en de landen rond de Middellandse Zee. Een beetje aardrijkskundige kennis helpt als je het Epimedium naar de zin wilt maken in de tuin. De soorten uit de eeuwige nevels van de bergen in China en Japan stellen andere eisen aan hun standplaats dan de soorten uit Europa, Noord-Afrika en Turkije, die veel meer zon en droogte verdragen. 

foto: visionspictures.com

Tips

Lavendel: knippen en scheren graag

Regelmatig snoeien houdt de lavendel mooi vol en compact; het stimuleert het uitlopen van veel nieuwe scheuten uit het hart. Snoei het struikje in maart-april tot een derde terug. Pas op: niet knippen tot op het oude, kale hout, want daar zal hij niet meer uitlopen. Lavendel houdt van volle zon en goed doorlatende, kalkrijke grond.

Tulpen plukken uit eigen tuin

Wie royaal bloeiende tulpen in de tuin heeft staan, kan er misschien eens een leuk voorjaarsbloemstuk van maken, voor binnen of op het terras. Pak de bloemsteel net boven de bol vast en trek hem voorzichtig los uit de grond. Zo breekt hij niet af en de bol zit er nog aan.

Siergrassen verzorgen

Siergrassen die in de winter afsterven, kun je in het voorjaar helemaal afknippen. Soorten die min of meer groen blijven, moet je 'plukken': trek alleen de dorre delen uit de plant. Wat groen is laat je zitten. Als je de hele pol rigoureus terug knipt bestaat namelijk het gevaar dat het siergras niet meer uitloopt.

Groen, groener, groenst ...

Nu het gazon weer lekker aan de groei gaat kan het wel wat hulp gebruiken. Gras heeft licht, water en lucht nodig. Door mos, onkruid en het maaien ontstaat er een soort viltlaag, waardoor de wortels steeds minder lucht krijgen en het water moeilijker wegloopt. Mos en viltlaag verdwijnen, als je het gras twee keer per jaar - in april en oktober – verticuteert, met een machine of met een speciale hark. Daarbij worden de wortels een beetje doorgesneden en dat stimuleert de groei.

Zo houd je de grasmat mooi:

* Verticuteer bij droog weer.

* Maai het gras zodra het weer gaat groeien, de eerste keer niet te kort.

* Zorg voor voldoende bemesting.

* Zaai kale plekken eventueel opnieuw in.

* Steek de graskanten mooi recht af.

Kijk op www.groei.nl voor een filmpje over het verticuteren van het gazon.

 

Sla uit een potje

Ook als je geen moestuin hebt, kun je zelf gekweekte sla eten. Snij- of pluksla doet het namelijk prima in potten en bakken van minimaal 14 centimeter diep. Er zijn allerlei slamixen te koop in verschillende kleuren en vormen. Tussen het moment van zaaien en oogsten zit hoogstens een week of vier. Door niet alles tegelijk, maar elke veertien dagen een beetje te zaaien, ben je altijd verzekerd van verse sla. Slazaad ontkiemt niet op warme en droge dagen. Zaai daarom bij voorkeur als het wat koeler en vochtig weer is. De ideale temperatuur voor het zaad om te kiemen is 15 ºC, bij meer dan 25 ºC gaat het zaad in zogenaamde kiemrust. Ga als volgt te werk: gebruik gewone potgrond en maak die goed nat. Strooi wat zaad, ongeveer één zaadje per centimeter, en bedek dit met een dun laagje aarde. Zorg dat het mengsel voldoende vochtig blijft en zet de potten en bakken nadat het zaad is ontkiemd op een zonnige plaats.

Keukenrestjes

Het meeste keukenafval mag op de composthoop, maar niet alles. Gooi er geen gekookt voedsel op, geen aardappelschillen, afval van citrusfruit, bananenschillen, kaaskorsten en broodresten.

Pinksterbloemen in de natuur en de tuin

In ons land vind je de pinksterbloem (Cardamine pratensis) in drassige weilanden; die kleuren in april-mei soms helemaal roze door alle bloemen. Prachtig om te zien. Voor een doorsnee-tuin is de pinksterbloem minder geschikt, hij zaait zich nogal heftig uit. Bovendien raak je de zaailingen moeilijk kwijt; uit elk stukje wortel dat in de grond blijft zitten, groeit een nieuw plantje.

In Zuidoost-Europa groeien allerlei andere Cardamines die wél interessant zijn als tuinplant. Ze zijn hier verkrijgbaar bij gespecialiseerde kwekers. Pinksterbloemen willen liefst een plekje in de (half)schaduw en doen het goed in elke tuingrond, zolang die niet te veel uitdroogt. Arme zandgrond kun je humeus en dus vochthoudend maken door er compost en bladaarde aan toe te voegen. Zware kleigrond maak je luchtig met zand en/of humus. Als je tuiniert op nat, slecht afwaterend veen, meng dan wat split of zand door de grond.

In hun natuurlijke omgeving zoeken pinksterbloemen gezelschap van longkruid (Pulmonaria), sleutelbloemen (Primula acaulis), elfenbloem (Epimedium), holwortel (Corydalis), leverbloempjes (Hepatica) en bosanemonen. Dat levert spectaculaire lentecombinaties op, die je in de eigen tuin zou kunnen kopiëren. Ook passen ze mooi bij bloeiende bollen en pioenen.

Gaaf zo'n minivijver

Een minivijver is supersnel aangelegd. Je hebt er geen folie voor nodig, geen waterpas en geen cement. Misschien heb je ergens een speciekuip staan of ligt er in de schuur nog een oude zinken wasteil, houten ton, stenen pot of met plastic beklede mand. Zolang het maar waterdicht is. Bedenk wel dat je het water in een ondiepe schaal dikwijls moet bijvullen; het verdampt en de planten zijn gulzig. In bakken vanaf 30 centimeter diep heb je minder temperatuurschommelingen. Vul het vijvertje met kraanwater en vervolgens met een paar waterplanten. Je kunt kiezen voor exotische planten, inheemse soorten, drijfplanten, of een combinatie daarvan. Kies een licht plekje uit voor je minivijver; het hoeft niet in de volle zon, in halfschaduw mag ook, maar liever niet in diepe schaduw. 

foto: hans clauzing

Volle voorjaarsborder

Voorjaarsbollen en tweejarigen zijn absoluut onmisbaar in een vroegbloeiende border. De bollen plant je in de herfst, waarna ze de volgende lente bloeien. Het tijdpad voor tweejarigen is langer. Je moet ze al tussen juni en augustus zaaien, om het voorjaar daarop bloemen te zien. De kortere route is: een bezoek aan kwekerij of tuincentrum. Daar zijn volop tweejarigen te koop, zoals tuinmadelieven, vergeet-mij-nietjes, muurbloemen. Plant ze tussen de opkomende bollen en de voorjaarsborder is af! 

foto:mhgp / modeste herwig

De pluspunten van longkruid

FOTO: Visionpictures.com

Longkruid bloeit verrassend vroeg en lang, met roze, paarsige, blauwe of witte bloempjes. Het gevlekte of zilveren blad ziet er aantrekkelijk uit tot diep in het najaar. Longkruid of Pulmonaria heeft voorkeur voor voedzame, vochthoudende grond in de schaduw of halfschaduw. Toch gaat het niet mis op een zonnige standplaats; de vaste plant gedijt daar prima, zolang de bodem voldoende vocht bevat. Het royale blad houdt het onkruid goed weg; de bedekte ondergrond blijft lekker los en vochtig.

Aandachttrekkers - moerasaronskelken

FOTO: Leontine Trijber

Moerasaronskelken trekken alle aandacht naar zich toe, zowel door hun blad als door hun kleur. De naam maakt duidelijk dat ze graag vochtig staan. Aan de oever van een natuurlijke vijver kunnen ze met hun lange wortels voor versteviging zorgen. De knalgele Lysichiton americanus komt van de westkust van Noord-Amerika, waar hij de naam ’skunk cabbage’ kreeg. Een skunk is een stinkdier; dat zegt genoeg over de geur die de bloeiende plant verspreidt. De witte Lysichiton camtschatcensis, die van de oostkust van Azië komt, bloeit iets later en ruikt juist lekker. Wat we voor bloemen aanzien zijn gekleurde schutbladen die de kolf (de eigenlijke bloem) omvatten. Het enorme blad verschijnt na de bloei. Beslist geen plant voor de kleine tuin - tenzij je aan één enkele plant genoeg hebt.

Praktische tips

Op tijd stutten en steunen  
Inmiddels zie je de eerste, frisse blaadjes van de vaste planten weer boven de grond. Over een maand of twee maken ze de blits met hun hoogopgaande bloeistengels. Het zou zonde zijn als die na een stevige onweersbui plat op de grond liggen; geef ze dus tijdig een steuntje. Tuincentra en ijzerwinkels staan vol met plantensteunen in diverse materialen en prijsklassen. Van tonkinstokken en draadroosters tot sierlijke, gegalvaniseerde standaards. Handig zijn de cirkelvormige, ijzeren steunen op poten. Zet de steun tijdig over de vaste plant; die groeit er mooi natuurlijk doorheen. Het is eventjes geen gezicht, maar daarna zie je er niets van en zullen floxen, riddersporen, lupines, brandende liefdes, hoge campanula’s en heleniums je met een onberispelijke groeiwijze en bloemenpracht verblijden.

Mest voor de tuin  
Je hebt organische mest en kunstmest. Beide mestsoorten bevatten voedingsstoffen, maar organische mest is bovendien gunstig voor het bodemleven. Organische mest kun je weer onderverdelen in biologische en niet-biologische mest. Biologische organische mest moet aan diverse voorwaarden voldoen; zo mag dierlijke mest niet afkomstig zijn uit de bio-industrie. Wil je meer weten over dit onderwerp, lees dan het aprilnummer van Groei & Bloei, dat nu in de winkel ligt.

Stapelmuurtje van restanten 
Als je na een renovatie van je tuin of terras een voorraad tegels of stenen over hebt, zou je daar een stapelmuurtje van kunnen bouwen. Het eerste werkbesparende voordeel is dat je veel minder materiaal hoeft af te voeren. Bovendien is zo'n ongemetseld muurtje een waardevolle schuilplaats voor insecten. En het leukste is dat je in de kieren van het muurtje een heleboel lieve plantjes kwijt kunt. Vaak verschijnen die trouwens vanzelf, zoals het muurleeuwenbekje (Cymbalaria muralis). Deze hangende of kruipende plant heeft lichtviolette, soms witte bloemetjes. Als de lange stengels de aarde raken vormen ze nieuwe wortels.

Bamboe als groene erfscheiding

FOTO: Sandra Verkic

Een erfscheiding van levende bamboe dompelt je tuin meteen in een onmiskenbaar exotisch sfeertje. Verdiep je wel even in de juiste keuze, voordat je ze plant; de verschillen zijn groot. Sommige bamboes schieten 8 m de lucht in, andere dijen flink uit in de breedte. Leg dus altijd eerst een wortelbegrenzer in de bodem. Alleen als je voor de bamboesoort Fargesia kiest, hoeft dit niet. Een Fargesia gaat niet lopen; hij vormt slechts een steeds dikkere, dichte pol. Je kunt hem zelfs tot een strakke haag snoeien, maar let op: die wordt ruim een meter breed. Een variant met de moeilijke naam Fargesia ’Jiuzhaigou 1’ groeit smaller, 50 tot 70 cm, en wordt 2 tot 3 m hoog. Om er zeker van te zijn dat de haag niet te veel plaats gaat innemen kun je hem opsluiten tussen ingegraven trottoirtegels of wortelbegrenzer. In humeuze, vochthoudende grond verdraagt deze Fargesiasoort best zon; op drogere grond staat hij liever wat meer in de schaduw. Ook Fargesia murieliae ’Bimbo’ wil schaduw; dit type wordt anderhalve meter hoog. Op de foto zie je de Fargesia rufa, die erg geschikt is voor een groene erfscheiding in bakken of potten. In de volle grond haalt hij 3 m hoogte, in bakken blijft hij wat lager. Hoe je bamboe in toom houdt kun je bekijken in een filmpje op www.groei.nl.

Groente - Kruiden

Groente telen tegen de schutting   
Weet je zeker dat je geen ruimte hebt voor een moestuin? Ook muren en schuttingen in je tuin kun je benutten, om groenten te kweken. Begin een verticale moestuin! Voor verticaal tuinieren zijn kant en klare oplossingen te koop, variërend van losse kunststof zakjes waar aarde in kan, tot houders met plantbakjes. Belangrijk is wel, dat je de grond niet laat uitdrogen; een watergeefsysteem kan je hierbij werk uit handen nemen. Aardbeien, pluksla, kleine tomaten en kruiden zoals peterselie, tijm en salie hebben geen moeite met verticaal groeien. Leuk om te zien èn super vers.

Kostelijke kervel  
Vanaf maart kun je kervel zaaien. Als je vervolgens om de vijf weken een nieuwe rij zaait, heb je het malse kruid steeds bij de hand: voor kervelsoep, sauzen of bij de vis. Zoek een humusrijk plekje in de halfschaduw, zaai met minstens 15 cm afstand tussen de rijtjes. Bestrooi de zaadjes met een dunne laag grond en houd de grond vochtig tot ze kiemen; dek alles bijvoorbeeld af met geperforeerd plastic of een jute zak. Oogst vóórdat de kervel bloeit want daarna neemt het aroma af.

Strak of romantisch: hyacinten in potten

FOTO: IBC

Wat ruikt daar zo lekker? Als je in je voorjaarstuin ineens een zoete vleug waarneemt, zijn dat vast en zeker bloeiende hyacinten. Daar kan geen commercieel parfum tegenop. Hyacinten doen het ook goed in potten en bakken. Gebruik hiervoor soortjes met de naam ’Woodstock’, ’Hollyhock’ of ’Yellow Queen'; deze hebben een iets fijner uiterlijk dan de gewone. Verder zijn multiflora-hyacinten als ’White Festival’, ’Pink Festival’ en ’Blue Festival’ heel geschikt. Een trendy pot of bak, met uitsluitend hyacinten, past perfect in een moderne omgeving. Je kunt hem al in het najaar inplanten; zet de bollen 15 cm diep en niet te dicht bij de rand. Tegen de vorst is het verstandig om eerst isolerend materiaal, zoals bubbeltjesplastic, aan te brengen voordat je er aarde in stopt. Inplanten in het voorjaar is nog simpeler; je schaft bijna bloeiende exemplaren aan en zet de bak vol. Wie van romantisch houdt combineert hyacinten met voorjaarsbollen die ongeveer tegelijkertijd bloeien. Denk aan Anemone blanda, die zijn bloemetjes rondom de hyacinten sierlijk over de rand van de bak drapeert. Plant de anemonenbolletjes in een laag boven de hyacintenbollen, 5 cm onder het grondniveau.

Tijd om siergrassen af te knippen!

FOTO: Leontine Trijber

Siergrassen knip je in het voorjaar helemaal af, zodat ze mooi groen kunnen uitlopen. Bij groenblijvende grassen haal je meestal alleen het dorre blad weg; dat ziet er meteen fris uit. De taaie Miscanthus (prachtriet) kun je gemotoriseerd aanpakken met heggenschaar of bosmaaier. Bij oudere pollen lampenpoetsersgras (Pennisetum) lukt het eveneens beter met dit zware geschut. Voor jonge pollen pak je de snoeischaar. Bekijk op www.groei.nl een filmpje over het knippen van siergrassen.

Meer Praktische Tips

Braam snoeien 
Een braam vormt vooral vruchten op stengels, die vorig jaar zijn gegroeid. Alle oudere takken kun je nu dus het beste helemaal weghalen. De jonge takken leid je vervolgens omhoog en bind je losjes aan. Zijscheuten knip je terug tot twee of drie knoppen.

Oude buxus verplant je in fasen
Als je een grote, oudere buxus of andere groenblijvende struik wilt verplanten, moet je dat goed voorbereiden. Nu, in het voorjaar, graaf je rondom de struik een 35 centimeter diepe sleuf, die je vult met potgrond. Door het graven van de sleuf snijd je wortels door. Als reactie vormt de struik een heleboel jonge wortels, die het aanslaan op de nieuwe standplaats vergemakkelijken. Met het verplanten van de groenblijvende struik wacht je vervolgens tot september. Je werkt dan de grond onderin het nieuwe plantgat goed los, zet de wortelkluit erin en vult aan met een mix van uitgegraven grond en potgrond. Druk de aarde licht aan en sproei er wat water op. De grond mag niet dichtslaan.

Nuttig snoeihout  
Snoeihout is perfect te gebruiken als plantensteuntje. Bewaar dus wat takken! In een filmpje op www.groei.nl zie je hoe je dat doet.

Voorjaar op je tafel

FOTO: Vera de Boer

Het snoeiwerk in de tuin levert altijd leuk materiaal op om in een bloemstukje te verwerken. Ook staan er misschien tulpen, sneeuwballen, witte druifjes te bloeien. Sprokkel takjes bij elkaar, trek een schone bloempot uit de kast en ga aan de slag. In het aprilnummer van Groei & Bloei, dat nu in de winkel ligt, doe je inspiratie op voor voorjaarsschikkingen.

Inplanten, dat doe je zo

Moet er nog een tuinhoek worden ingevuld? Maart-april is een prima periode om te planten. Dompel de potkluiten van de planten eerst onder in een emmer water en verdeel daarna alle planten over het grondstuk. Het lijkt simpel, toch kan een ijverige tuinier nu drie standaardfouten maken: niet goed aandrukken, te hoog planten en niet voldoende inwateren. Het draait erom, dat de wortels zoveel mogelijk contact maken met de grond. Graaf ruime plantgaten. Haal de plant uit de pot en maak de wortels voorzichtig een beetje vrij. Zet de plant in het gat en zorg dat de bovenkant van de kluit op hetzelfde niveau komt als de aarde. Druk nu stevig aan, de kluit komt zo vanzelf iets lager te liggen. Laat rond de plant een kuiltje en geef royaal water, zodat alle wortels door natte grond zijn omgeven.

Magnolia’s luiden het tuinseizoen in

FOTO: Gert Tabak

Als de magnolia's beginnen te bloeien weet je het zeker: het tuinseizoen is begonnen. In maart-april staan de bomen trots te pronken met hun takken vol indrukwekkende bloesems. Omdat de meeste magnolia’s bloeien voordat er blad aan zit, vallen de bloemen extra op. Zelfs de zijdeachtig behaarde bloemknoppen zijn al prachtig. Een van de bekendste magnolia’s is Magnolia soulangeana. De sierlijk gevormde kroon van deze boom is in de lente overladen met roze, tulpvormige bloemen. Voor wat kleinere tuinen is deze beauty helaas minder geschikt: hij wordt zeker 6 meter hoog. Magnolia stellata blijft veel lager; eigenlijk is dit meer een forse struik, die ruim 2 meter hoog en breed wordt. De witte, stervormige bloemen van deze magnoliasoort stralen in de lentezon. Ze zijn ongeveer 8 centimeter groot en verspreiden een heerlijke geur. Je hebt daar weer verschillende kweekvormen in: Magnolia stellata ’Rosea’ heeft zachtroze bloemen en de goed groeiende Magnolia stellata ’Royal Star’ bloeit rijk met witte bloemen. Magnolia’s bezitten zachte, vlezige wortels die het liefst met rust worden gelaten. Ze houden niet van gespit en geschoffel in hun buurt. Gun ze die rust en verwen ze af en toe door wat compost of ander organisch materiaal rond de stam te strooien.

Een scheve boom krijg je soms nog recht

Als een boom scheef is gegroeid, komt dat meestal doordat de boom niet door een boompaal werd gesteund. Of die boompaal was er wel, maar stond op de verkeerde plek.
Normaal gesproken zet je bij de aanplant van een boom de paal aan de kant waar de wind vandaan komt: de westkant. Staat daar toevallig beschuttende bebouwing, dan kan een andere zijde nuttiger zijn. De paal moet vervolgens minstens drie jaar blijven staan. Een boom die al jaren scheef is, laat zich niet goed meer recht trekken. En als je het toch probeert bestaat de kans dat je de penwortel beschadigt, waardoor de groei stagneert. Bij een boom die nog niet zo lang scheef staat, kan het rechttrekken wel lukken. Hiervoor steek je de kluit tot een diepte van 50 cm rond met een scherpe spa. Houd bij een jonge boom een cirkel van een 1 meter doorsnee aan, bij een oudere boom is een diameter van 1,5 m noodzakelijk. Plaats een stevige boompaal, trek de stam recht en bevestig hem met boomband aan de paal.

Rotsplanten, alpenplanten: wat zijn dat eigenlijk?

FOTO: Anita Meuleman

Alpenplanten groeien hoog in de natuur, meestal boven de boomgrens. Rotsplanten kom je vooral in het lagere berglandschap tegen. Het zijn vaste planten die zich helemaal hebben aangepast aan de extreme weersomstandigheden in het hooggebergte. Je herkent ze aan de compacte groeiwijze. Serieuze kou of heftige schommelingen in de temperatuur, zoals die in het berggebied voorkomen, kan ze weinig schelen. Maar natte voeten, daar houden ze niet van. Als je hier rekening mee houdt, zijn het leuke plantjes voor de tuin. In een natte winter met af en toe een vorstperiode, zeker als die laat in het voorjaar valt, kan het misgaan. Door een glasplaatsje over gevoelige plantjes te leggen, of door ze in een kas te laten overwinteren, bescherm je kwetsbare soorten tegen te veel vocht. Een beginnersfout van de rotstuintuinier is het planten van snelle groeiers naast langzame groeiers. De langzame types kunnen de concurrentie niet aan en geven het op. Een ezelsbruggetje: een plant die wordt aangeduid als een bodembedekker is vast en zeker zo'n snelle groeier. Gun de rots- en alpenplanten een apart, zonnig hoekje in je tuin; voor een gewone border zijn ze minder geschikt.

Weer eens wat anders dan Forsythia

Als je in een voorjaarstuin een struik ziet met gele bloemen is het meestal een Forsythia. Toch is dat echt niet de enige mogelijkheid. De schijnhazelaar of Corylopsis bloeit eveneens in maart, met hangende trosjes vol klokvormige bloemetjes. De kleur is bescheiden zachtgeel en ze geuren heerlijk! De struik komt oorspronkelijk uit China en Japan en is in de negentiende eeuw naar Europa gebracht. De vroege bloeier komt vooral sprekend tot zijn recht tegen een donkere achtergrond; een wintergroene conifeer of bladheester bijvoorbeeld, of een muur. De naam schijnhazelaar slaat op het blad, dat bij sommige soorten net zo groot en rond is als van een hazelaar. Corylopsis is eigenlijk een bosplant, hij groeit het liefst in luchtige, vruchtbare grond in de halfschaduw en als het even kan niet te veel op de tocht. Op een winderige plek drogen de bladranden namelijk uit en kleuren ze lelijk bruin. In het voorjaar, na de bloei, kun je de heester desgewenst licht snoeien. De meeste Corylopsis-soorten zijn in ons land voldoende winterhard. Op de foto zie je zo'n prachtige Corylopsis pauciflora. Dit is het laagste type Corylopsis en het blad is kleiner dan dat van de andere soorten.

foto:cor rozier

Tips

Vaste planten oppeppen Een vaste plant die te groot wordt of gaat kwakkelen, kun je het beste eens 'scheuren'. Dat doe je bij voorkeur in de vroege lente, als de eerste scheuten boven komen. Dit geldt in elk geval voor najaarsbloeiers. Is het een voorjaarsbloeier, zoals schoenlappersplant, Epimedium en longkruid, dan wacht je tot na de bloei of tot september. Spit de pol uit, en plant alleen de gezondste delen terug. Maak het plantgat zo breed en diep dat de wortels recht in het gat kunnen zakken. Druk de grond aan en geef zo nodig water. Knip bij scheuren in de nazomer meteen stukken stengels en blad af, om de verdamping te beperken. Wil je een filmpje hierover zien? Kijk op www.groei.nl, onder het kopje ’tuinieren in beeld’. Grote tuinschoonmaak! Maart is dè maand om lekker schoon schip te maken in de tuin en alle verdorde plantenresten weg te halen. Vaak gaat dat prima met de heggenschaar of snoeischaar. Lostrekken van de stengels lukt soms ook, maar let op dat je geen nieuwe uitlopers uittrekt. Rozen in pot moet je verwennen In maart is het tijd om de rozen te snoeien en te vertroetelen. Ook rozen in pot vragen nu extra aandacht. Knip bij grootbloemige rozen, trosrozen en lage heesterrozen de takken terug tot 15 à 20 cm. Bij heesterrozen die je liever hoger laat uitgroeien, snoei je alle takken slechts een derde deel korter. Deze snoeiwijze geldt zowel voor potrozen als rozen in de volle grond. Strooi er vervolgens wat speciale rozenmest bij. Je kunt jezelf moeite besparen door langzaam werkende mestkorrels (Osmocote) te gebruiken; dat maakt bijmesten de rest van het jaar overbodig. Dek de potgrond af met een laagje compost. Geschikte rozen voor potten en bakken zijn ’Amber Queen’ (geeloranje), ’Bleunette’ (paars), 'Bonica’ (roze), ’Heidetraum’ (helderroze),’Mary Rose’ (roze) en ’White Cover’ (wit). oorzaaien scheelt groeitijd Eenjarige klimplanten kun je nu binnen voorzaaien, zodat ze snel aan de groei gaan en eerder bloeien. Denk aan de geurige pronkerwt Lathyrys odoratus, of winde (Ipomoea), suzanne-met-de-mooie-ogen (Thunbergia) en Rhodochiton. Zaai ze in turfpotjes, of eventueel in plastic koffiebekertjes: die zijn vrij diep, zodat de plantjes zich goed ontwikkelen. Prik gaatjes in de bodem, vul ze met zaaigrond en stop in elk bekertje één zaadje. Geef water en zet ze op de vensterbank of in een verwarmd kamerkasje. Clematis snoeien De snoei van vroege en zomerbloeiende clematissen verschilt. Van grootbloemige clematissen die mei-juni bloeien knip je nu alleen dode of beschadigde twijgen af, net boven een stel sterke knoppen. Voorbeelden van deze soorten, die op scheuten van vorig jaar bloeien, zijn:’Nelly Moser’,’Niobe’ en ’Lasurstern’. Bij zomerbloeiers en vasteplant-clematissen knip je de oude scheuten terug tot 10-20 cm boven de grond. Zij bloeien op scheuten van dit jaar; een paar voorbeelden: ’Hagley Hybrid’, ’Jackmanii’, ’Etoile Violette’, ’Mme Julia Correvon’, Clematis recta en heracleifolia.

Trakteer jezelf op blauwe druifjes

Leuk, die blauwe druifjes (Muscari) die je nu overal in potjes te koop ziet. Daar kun je wat mee! Deze mooie taart maken bijvoorbeeld, met steekschuim, blad van Salvia officinalis en klimopblad. Verder heb je een satéprikker, krammen en een geschikte schaal nodig. Doe het zo: snijd uit een of meer blokken steekschuim een ronde vorm, zo groot als je jouw taartje wenst. Leg de taart(stukken) in een bak met water, zodat het steekschuim zich goed kan volzuigen. Steek de blauwe druifjes dicht naast elkaar in het steekschuim. Om te voorkomen dat de steeltjes afbreken is het slim om met een satéprikker eerst gaatjes in het steekschuim te maken. Prik tussen de blauwe druifjes toefjes grijs blad van Salvia officinalis. Bekleed de buitenkant van het geheel met klimopblad, zet dat vast met de krammen. Als je de bladeren elkaar laat overlappen zijn de krammen niet zichtbaar. Strik het lint netjes om het taartje en presenteer het pronkstuk op de schaal. Krijg je de smaak van het bloemschikken nu te pakken? Op www.groei.nl, onder het kopje ’bloemschikken’, kun je volop inspiratie opdoen. Of volg eens een cursus of workshop bloemschikken bij een Groei & Bloei-afdeling in de buurt. Waar die afdeling te bereiken is vind je op www.groei.nl onder het kopje ’vereniging’

foto:elke borkowski

Makkelijk maarts bloembolletje

De blauw-witte bloemetjes van sneeuwroem (Chionodoxa forbesii) hebben een ranke stervorm. Dit bolgewasje groeit en bloeit (vanaf maart) in zon of schaduw, op elke doorlatende grond. Omdat het zich uitzaait, krijg je er steeds meer van. Heel fijn, want in grote groepen geeft sneeuwroem het meeste effect. Combineer ze met blauwe druifjes, sterhyacint en anemoontjes voor een mooi blauw tapijtje. Wist je trouwens dat sneeuwroem een geslacht is uit de aspergefamilie? De botanische naam Chionodoxa is afgeleid van het Griekse woorde ’chion’dat sneeuw betekent en ’doxa’ dat mening, opvatting, eer, roem, heerlijkheid, trots of glans betekent. En dat allemaal voor zo’n klein en fijn bloemetje! O ja, hij is er ook in het roze: dan staat er ’Pink Giant’ achter zijn naam.

foto:kalkhoven fotografie

Zijn de leilindes al gesnoeid ?

Een leilinde blijft alleen een leilinde, als je de boom goed in model houdt. De maand maart is een uitstekende tijd om leilinden te snoeien. Ga hierbij als volgt aan de slag. Snoei alle jonge scheuten terug tot de leivorm, dus helemaal bij de knotjes of de leggers. Het is beslist geen moeilijk karwei, maar wel veel werk. Misschien is het een idee om wat buren en vrienden uit te nodigen voor een snoeifeestje. Vele handen maken licht werk, en zo wordt het wie weet ontzettend gezellig!

foto:george otter

Zelf een ouderwetse trog fabriceren

Het idee komt uit Engeland: een tweede leven voor een afgedankte trog die ooit voor het voeren van vee diende. Gevuld met rotsplantjes wordt zo'n trog een blikvanger in je tuin. Helaas zijn de echte, oude troggen behoorlijk kostbaar. Geen nood; je maakt er gewoon zelf een! Schaf een aantal gasbetonblokken aan, zaag ze op maat en lijm ze aan elkaar. De blokken zijn moeiteloos te verzagen, maar gebruik een oude zaag, want hij wordt er snel bot van. Je geeft de trog eenvoudigweg  het gewenste formaat. Met vier blokken van 5 cm dik in de afmeting 60 x 30 cm ontstaat een evenwichtige verhouding: drie vormen de lange wanden en bodem, eentje gaat door de helft voor de zijwanden. Om de trog dat karaktervolle, doorleefde uiterlijk aan te meten smeer je de buitenkant in met tegellijm. Door de lijm kun je vooraf wat turfmolm, een handje metselzand en een beetje verf mengen. Dat geeft een heel natuurgetrouw effect. Boor tot slot een paar afwateringsgaten in de bodem. Zodra de trog klaar is kun je hem volzetten met rotsplantjes, zoals Saxifraga paniculata, Phlox douglasii en Phlox subulata, edelweiss (Leontopodium alpinum), Sedums en sempervivums, Dianthus gratianopolitanus en Lewisia.

foto±elke borkowski

Tips

Bloeiende klimop

Een klimop die je vlak tegen de muur of als smalle schutting laat groeien, wordt zo dikwijls gesnoeid dat hij zelden bloeit. Een volwassen klimop bloeit alleen aan niet-hechtende scheuten bovenin de plant. Als je een jonge klimmer in de tuin zet en hem zijn gang laat gaan, begint hij pas na een jaar of zeven bloemen aan te maken. De struikklimop, Hedera helix ’Arborescens’, is een variant met bloemen en leuke zaaddozen, ontstaan uit een stek van bloeiende scheuten van de klimmende klimop.

Natuurlijke harmonie

In de natuur zie je soms combinaties van planten die volgens de boekjes eigenlijk niet bij elkaar passen. Gek genoeg ervaar je dat toch wel als harmonieus. Het heeft te maken met het groen, dat in de natuur overvloedig aanwezig is. Dat werkt als een katalysator en brengt de kleuren met elkaar in evenwicht. Bovendien zie je in de natuur geen streng begrensde groepen; de kleuren waaieren uit, vervagen aan de randen, enkelingen vermengen zich weer met volgende groepen en omgekeerd.  

Hebbeboompje zonder problemen

Het krentenboompje (Amelanchier) is ideaal voor elke tuin. Het groeit op iedere soort grond en lijkt totaal geen last te hebben van een wisselende grondwaterstand, van armzalige grond of van extreem weer. Het is zelfs ongevoelig voor strooizout en laat zich nogal gemakkelijk verplanten. De kleine boom of struik heeft een grillige, schilderachtige groeiwijze. Eigenlijk is het krentenboompje mooi in bijna elk seizoen. In het voorjaar heb je de uitbundige bloei. In de zomer trekken de purperzwarte bessen volop vogels aan, en als toetje krijgen sommige types een spectaculaire herfstkleur. Wat wil je nog meer? Misschien een paar verkoopadressen voor deze Amelanchier? In Boskoop zijn er diverse te vinden, zoek ze eens op www.bulk-boskoop.nl , www.esveld.nl en www.pieterzwijnenburg.tk

Boeketje tulpen in de volle grond

Meestal groeit er uit één tulpenbol één tulp. Toch bestaan er soorten die per stengel meerdere bloemen produceren. Een welkom extraatje! Voorbeelden zijn: de tulp hewerri, tulp Candy Club en Toronto. Tulipa tarda krijgt eveneens meer bloemen, bovendien is dit tulpje geschikt voor verwildering. Meer weten? Kijk eens op de websites van bollenverkopers fluwel.nl en verberghe.nl.

Basilicum met gebruiksaanwijzing

Basilicum kan niet zo goed tegen koude en natte grond. Daarom lukt het zaaien in de volle grond in het voorjaar soms niet. Verspenen vindt basilicum ook al niet fijn. Zaai het kruid dus liefst in aparte potjes, bij een temperatuur van 20 °C en zet de jonge plantjes op een warme, beschutte plek. Bij koud en nat zomerweer haal je ze het beste even naar binnen.

Als de rododendron een kopje kleiner moet

Een te grote rododendron kun je prima snoeien, stevig zelfs, als het nodig is. Dit mag weliswaar het hele jaar, maar de allerbeste tijd is het voorjaar, na de vorst. De struik loopt dan het snelst weer uit. Helaas duurt het nu wel een paar jaar voor de struik weer toonbaar is, en weer bloeit.

 

 

 

Genieten van schaduwplanten

Wat maakt een schaduwtuin zo mooi? Niet de flitsende kleurencombinaties van groepen bloeiende planten. Het is juist de tere schoonheid van de afzonderlijke bloemen en van gevarieerde bladstructuren. Vooral schaduwplanten die van nature in de bossen van Amerika en China groeien zijn vaak prachtig. Een groot deel van de gematigde zone van het noordelijk halfrond is bedekt met wouden. In Europa zijn dat meestal dichte bossen, waar nauwelijks licht op de bodem valt. Daar krijg je geen spectaculaire onderbegroeiing. Op halfbeschaduwde en open plekken in de bossen van Amerika en China is dat heel anders. Daar komen massa's fraaie planten voor, die het ook in onze achtertuin fantastisch doen. In een schaduwhoek moet je het echt niet van bloeiende planten hebben. Je krijgt daar geen kleurenspektakel dat je vanaf je terras kunt bewonderen. Gelukkig wordt dat helemaal goedgemaakt door de bijzondere bloemen en bladvormen van schaduwplanten. Ze nodigen je uit er naar toe te lopen, om er van dichtbij van te genieten. De normale rangschikking van laag naar hoog is in een schaduwtuin iets minder belangrijk. Maak het allemaal niet te gekunsteld en let er vooral op dat de planten het goed naar hun zin hebben. Op de foto is zo'n subtiele schaduwplant te zien: Trillium foetidissimum.

foto±wiert nieuman

Een behulpzame tuin kalender

Maandelijks vind je in Groei & Bloei een tuinkalender met allerhande tuinkarweitjes en klussen die je op dat moment kunt aanpakken in en rondom je tuin. In het maartnummer lees je onder andere welke vaste planten je kunt delen ofwel scheuren, waarom je dat eigenlijk moet doen, en hoe. Je krijgt er steeds een duidelijke uitleg bij met stap-voor-stapfoto's.

foto±mhgp-modeste herwig

Onbeperkte liefde voor rozen

Vroeger stonden tuinrozen vaak keurig in vakken. Ook Ton ter Linden plantte ze in zijn beroemde tuinen in Ruinen per kleur in strenge perken. Hij was er gauw op uitgekeken en strooide er het volgende jaar zaad van blauwe en lila eenjarigen tussen. Het werd een feest! De rozen in de huidige tuin van Ton ter Linden en Gert Tabak zijn bijna allemaal Moschata-rozen. Waarom deze keuze, hoe moet je deze rozen verzorgen? Je leest het in het maartnummer van Groei & Bloei dat nu in de winkel ligt.

foto±Gert Tabak

Lieve lentebloemen : Anemonen

Anemoontjes passen met hun schattige bloemetjes perfect bij het frisgroene voorjaar. Een verademing na die lange, saaie winter. Geef ze een plekje langs een haag of onder bomen; als de grond goed is zullen ze het prima doen. Zelfs in een schaduwtuin op het noorden. Na de bloei verdwijnt het blad, net of de plantjes onderduiken. Des te leuker is het als je ze in het voorjaar weer ziet verschijnen. Er bestaan drie types anemonen: de knollenmakers, de wortelstoksoorten, en de vaste planten (zoals herfstanemonen). Anemone blanda en Anemone coronaria zijn knollenmakers. De bosanemonen Anemone nemorosa en Anemone ranunculoides zijn wortelstoktypes, erg geschikt voor natuurlijke onderbeplanting van haagbeuk en loofbomen. Ze bloeien voordat de bomen blad krijgen. De meeste anemonen hebben liefst een vochthoudende, licht kalkrijke grondsoort op een niet te warme plek. Laat de knolletjes van Anemone blanda en A. coronaria voor het planten een nachtje in water weken. Dan gaan ze feilloos aan de groei. Anemone blanda plant je in het najaar, Anemone coronaria zowel in najaar als voorjaar. Stop de wortelstokken na aankoop direct onder de (vochtige) grond, want ze kunnen gemakkelijk verdrogen.

foto:Ibulb

Tips

Blauwe hortensia’s

Jammer, als de blauwe hortensia niet blauw wil blijven! Je kùnt er iets aan doen: met ammoniak-aluin. Maak een mengsel van twee delen aluin op 8 delen water, en giet dat eens per week bij de hortensiastruiken vanaf het moment dat ze beginnen uit te lopen totdat de bloei over zijn hoogtepunt heen is. Bij de meeste tuincentra is ook een kant-en-klaarpakket voor het blauwen van hortensia’s verkrijgbaar. Overigens kunnen alleen hortensia's uit de groepen Hydrangea macrophylla en Hydrangea serrata blauw verkleuren. De grond speelt eveneens een rol: die moet nogal zuur zijn.

 

Tijd om de fluweelboom te snoeien

De fluweelboom (Rhus typhina) verdraagt sterke snoei. Als het een boom is mag je hem inkorten tot de laagste takken, een struik zelfs tot 15 centimeter boven de grond. De beste snoeitijd is vroeg in het voorjaar. Draag bij dit karwei handschoenen, want het melksap kan je huid irriteren. Na stevige snoei vormt de fluweelboom grotere bladeren. Haal ongewenste uitlopers resoluut weg.

Kweek zelf ouderwetse bloemen of sugar snaps

Afrikaantjes, begonia’s en primula’s? Die groeiden toch in de tuin van onze oma’s? Klopt, alleen staan ze tegenwoordig ook in de tuin van jonge tuiniers. Die ouderwetse planten zijn weer helemaal terug. In het maartnummer van Groei & Bloei, dat nu in de winkel ligt, lees je er alles over. Zo weet je precies wat je moet doen, om straks in jouw eigen tuin van zo'n bonte bloemenzee te genieten. In hetzelfde nummer vind je bovendien een onderhoudskalender met allerlei karweitjes die je in maart kunt aanpakken. Sommige daarvan worden aanschouwelijk uitgelegd in instructiefilmpjes op www.groei.nl. Rozen snoeien, siergrassen afknippen, je kunt er weer lekker tegenaan! Of misschien leg je een groentevak aan, met zelfgezaaide sla of sugar snaps. Kleine moeite, groot plezier!

Zelf koriander kweken

Houd je van koriander? Het is absoluut niet moeilijk te kweken. Zaai in de volle grond, in de tweede helft van april of begin mei. Het geurige kruid groeit snel, je kunt er lekker gauw van oogsten. In augustus beginnen de planten af te sterven. Vergeet niet om tijdig zaad te verzamelen voor volgend jaar!

Sterke kuipplant: de vijg

Een vijg is een ideale kuipplant: met zijn karakteristieke blad zorgt hij voor een subtropisch sfeertje, terwijl hij toch ’s winters buiten kan blijven staan. Een vijg schaf je waarschijnlijk niet alleen aan voor de sier; je wil wèl vruchten zien. Het fijne is, dat een vijg in pot dikwijls meer vruchten draagt dan een struik in de volle grond. Te natte grond is in de winter een grote levensbedreiging, vorst is minder erg. Natte potkluiten bevriezen dus eerder dan droge. Extra kwetsbaar worden heesters die nog in volle groei zijn op het moment dat de vorst invalt. Wees daarom spaarzaam met mest die veel stikstof bevat, want stikstof bevordert vooral de groei. Gebruik liever een meststof met veel kalium en fosfor, zoals je die geeft aan tomaten, en mest niet meer na eind juli.

Kleintje gras

Mooi en rustgevend, zo'n altijd groen grasvlak, en je kunt er nog op lopen ook! Hoewel … In een kleine tuin, waar het gazon zeer intensief wordt gebruikt, kan het een zandvlakte of modderveldje worden. Kleine lapjes gras moet je een beetje ontzien. Met stapstenen bijvoorbeeld voorkom je schade. Je kunt trouwens creatieve dingen doen met gras. Onderbreek het gazon eens met stroken bestrating. Als je het gras exact zo hoog legt als de verharding gaat maaien probleemloos. In een kleine tuin geven ronde vormen een gevoel van ruimte. Met ronde uitsparingen in een (cirkel) verharding krijg je grappige mini-gazons.
De verzorging let nauw. Ten eerste het korthouden: tussen april en eind oktober geef je een speelgazon één keer per week een maaibeurt, een siergazon twee keer. Hark het maaisel weg of vang het op. Voor een klein gazon is een messenkooimachine handig, randjes bewerk je met een grasschaar met lange handgrepen of een elektrische randjesknipper. Een echt mini-grasje knip je gewoon met de kantenknipper. Geef het gras regelmatig te eten: in mei een samengestelde meststof , van eind april tot eind augustus bovendien elke maand kalkammonsalpeter: een halve kilo per 50 m2. Strooi de mest vlak voor een regenbui of zet de sproeier erop. Houd het gras bij warm weer steeds goed vochtig.

foto:morguefile.com

Prachtige groene privacy

In je tuin heb je graag privacy, zonder inkijk van de omgeving. Dat lukt vaak niet zonder hoge omheiningen. Op zich niet erg, zeker als je kiest voor een fraaie haag van levend groen. Moet je woekeren met de ruimte, dan ben je beter af met een schutting of een wand van betongaas. Laat die royaal begroeien met leuke klimplanten. Foto: De Tuinen van Appeltern.

foto±maayke de ridder

Bedankt voor die bloemen

In het voorjaar moeten veel vogels olympische topprestaties leveren. Want na een lang, koud seizoen of een verre vlucht uit het overwinteringsgebied, staat de volgende uitdaging alweer op het programma: eieren leggen en jongen voeden. Klein maar dapper zijn ze, de tjjiftaf, gierzwaluw, matkop en winterkoning. Geef ze wat extra steun, zet je tuin vol nectarrijke bloemen, zoals: clematis, longkruid (Pulmonaria), kaasjeskruid, ridderspoor (Delphinium), zonnehoed en vingerhoedskruid (Digitalis).

foto±deamstime

Tuintrends 2014

'Golden Age’ is een van de twee trends voor 2014. Op de foto is te zien, wat dit inhoudt: de stijl is overdadig en pompeus. Een hang naar het overzichtelijke verleden, in deze snel veranderende tijd. Nostalgie doet het goed, iets ouds wordt graag in een nieuw jasje verpakt. De gouden eeuw is daarbij een geweldige bron van inspiratie. Prachtig, die klassieke pilaren, kapitelen en imposante vormen. Het koloniale verleden, met de invloed en sfeer van verre landen, krijgt alle aandacht: grote potten en vazen op voet, decoratief vlecht- en inlegwerk, historische en exotische dessins, dierenhuiden. Je combineert er materialen bij die luxe uitstralen: natuursteen, donker hout, goud- en koperkleurig metaal, edelstenen. Hoogglans zwart is weer populair, samen met naturelle kleuren. Planten met donker blad, zoals Heuchera, passen bij deze trend. Verder de formele buxusvormen en elegante bloemen als lelies en irissen.

Wie liever in het nu blijft kiest simpelweg voor tuintrend nummer twee: ’Twisted’. Een verrassende, moderne stijl, die werkt met strakke geometrische vormen en beplanting van één enkele soort. Kleur en materiaal doen er minder toe. Een gemakkelijk toe te passen, werkbare trend!

Tips

Probleemtuin? Opgelet …

Vervelend als je tuin te donker is. Of heel smal. Altijd te nat. Of echt kurkdroog. Wat doe je eraan? Groei & Bloei denkt mee; in de februarispecial komen al deze tuinproblemen aan de orde. Die donkere tuin waar hoge gebouwen elk zonnestraaltje blokkeren of een buurboom alles overschaduwt. Het smalle perceel, dat bovendien behoorlijk lang is: een pijpenla! Er bestaan slimme oplossingen. Hoe je in een droge tuin het hoofd koel houdt en de planten vochtig. Hoe je voorkomt dat al het regenwater of een kolonie slakken zich in jouw tuin verzamelt. De februari-special van Groei & Bloei ligt nu in de winkel.

Planten beschermen

Mooi die sneeuw, maar takken van groenblijvende struiken, vooral coniferen, kunnen onder het gewicht afbreken Schud of veeg die witte dekens er liever voorzichtig af.

Een prima winterklusje

De winter is een goed moment om tuingereedschap schoon te maken, te (laten) slijpen en eventueel van een druppeltje olie te voorzien. Zo kun je straks direct weer aan de slag.

Groenblijvers in de tuin

Altijdgroene planten symboliseren het eeuwige leven. Daarom zie je ze vaak op begraafplaatsen groeien. In onze tuinen hebben groenblijvers vooral praktisch nut. Ze zorgen voor beschuttende structuur in de tuin, een ruggengraat. Wil je dat er ’s zomers en ’s winters iets te zien en te beleven valt, dan kies je voor een mix van bladverliezende en bladhoudende bomen en struiken. Zo stort je tuin ’s winters niet in, hij blijft aantrekkelijk om te zien. Wie zijn tuin alleen volplant met zomerbloeiers en vaste planten, kan daar een halfjaartje van genieten. ’s Winters zit je opgescheept met een saaie, rommelig ontbindende massa. Weliswaar hebben sommige afgestorven planten een waardevol wintersilhouet, zeker als er sneeuw of rijp op ligt. Maar dat komt nog mooier uit bij een goede tuinstructuur.

Tulpenbollen kunnen goed tegen kou

Lopen de tulpenbollen al uit, zie je al van die groene neuzen boven de grond uitsteken? Al gaat het misschien nog keihard vriezen, je hoeft ze niet af te dekken of extra tegen de vorst te beschermen. Tulpen komen namelijk oorspronkelijk uit gebieden waar het in de winter veel kouder is dan bij ons. Ze hebben die kou zelfs nodig om zich goed te ontwikkelen. De bloemen hebben er echt niet van te lijden; hoogstens kan het uitgelopen blad wat bruin worden of verkleurde punten krijgen.

De boom barst!

Soms ontdek je een lange, verticale scheur in de stam van een boom. De vorst is de boosdoener. Het verschijnsel doet zich vooral voor als het verschil tussen dag- en nachttemperaturen erg groot is: een koude nacht na een zonovergoten dag. Gelukkig is de boom prima in staat om de wond te dichten. Zelf kun je hoogstens proberen deze beschadiging te voorkomen door de stam wit te verven. Wit weerkaatst het zonlicht, waardoor de temperatuur van de stam niet al te hoog oploopt. Hiervoor kun je gewoon witte latex uit de verfhandel gebruiken. Een andere methode is het omwikkelen van de stam met jute.

Dit mini tuintje brengt lente sfeer

Zit je vol ongeduld op het voorjaar te wachten? Haal het nieuwe seizoen alvast in huis met dit minituintje. Of vrolijk je terrastafel ermee op. Koop potjes met bloeiende sneeuwklokjes, krokussen, blauwe en witte druifjes, narcissen en hyacinten. Ook viooltjes en primula’s zijn geschikt. Een klimopplantje zorgt voor extra groen. Voor de aanvulling maak je een ronde door je winterse tuin. Verzamel leuke takken, plantenresten, bladeren, zaaddozen, grillige stenen, gaaf mos of lege slakkenhuisjes: alles om de compositie te versterken. Vul een flinke bak of schaal met wat potgrond. Zet een half uur van te voren de potplantjes in een emmer water, zodat ze zich helemaal volzuigen. Haal ze uit de pot, snijd een stukje van de kluit af en spreid de wortels uit. Verdeel ze over de bak, laat ze goed contact maken met de potgrond. Bedek de grond overal met mos. Schik nu de klimopranken en overige decoratief materiaal tussen de planten. Prik de gedroogde plantmaterialen tussen de verse, net alsof de voorjaarsbloeiers daar doorheen gegroeid zijn. Geef het ’tuintje’ water en zet de schaal in het licht zodat de narcissen en blauwe druifjes niet te hoog worden of scheef groeien. Later zet je de uitgebloeide bolletjes in je tuin; zo heb je er volgend jaar nogmaals plezier van.

Grote schoonmaak van nest kastjes

foto:morgueFile

Er is altijd wel een leuk klusje te verzinnen in de tuin. Zo is het nu een perfecte tijd om de nestkasjes van de vogels schoon te maken, of om weer eens een paar nieuwe op te hangen. De vogeltjes kunnen zo alvast komen keuren of ze er straks in het voorjaar hun intrek wensen te nemen. En bij slecht weer of vrieskou kunnen ze er alvast in schuilen.

Lok de natuur je tuin in

foto:morgueFile

Je helpt overwinterende beestjes het beste, door in je tuin wat rommelhoekjes te maken, waar ze kunnen schuilen. De vogels voer je met zaadmengsels, vetbollen, vruchten, noten, (ongezouten) pinda’s en broodkruimels. Strooi ook wat op de grond; niet elke vogel kan hangend van een vetbol eten. Voor pindakaashouders bestaat er speciale, ongezouten vogelpindakaas. Vriest het en ligt er geen sneeuw, zet dan wat water neer of vergruisd ijs, liefst in een ondiep bakje, zodat ze geen bad gaan nemen.

Je tuin-probleem is op te lossen !

foto:elke borkowski

Problemen met de tuin? Al lang bezig met het zoeken naar een oplossing en kom je er niet uit? Lees dan snel het februarinummer van Groei & Bloei, dat nu in de winkel ligt. Daarin komen allerlei zorgwekkende tuinsituaties aan de orde. Bijvoorbeeld: wat doe je met een perceel dat veel weg heeft van een smalle pijpenla? Hoe laat je een kleine tuin groter lijken? Of, hoe los je die vervelende wateroverlast in je tuin op? Groei & Bloei brengt je op slimme ideeën. Daarnaast doet de special aantrekkelijke suggesties voor het beplanten van een tobberige tuinhoek in de droge schaduw en lees je welke planten daar goed tegen bestand zijn. Je leert handige trucs die je kunt toepassen om licht in een donkere tuin te brengen. En omdat iedereen weet dat een ongeluk in een klein hoekje zit, mag je de slimme anti-sliptips beslist niet overslaan. Verder kun je veel opsteken van de adviezen die helpen om ziekten en plagen bij tuinplanten te voorkomen of te genezen. Ben je een beetje handig? Doe je voordeel met een flink aantal zelfmaak-projecten, die duidelijk worden beschreven. Je gaat er zo mee aan de slag en hoeft je voorlopig niet te vervelen. Laat het nieuwe tuinseizoen maar komen!

Zomerbol van het jaar 2014

foto:ibulp

Wat zijn ze mooi, de Dahlia's uit de 'Dinner Plate’-collectie. De bloemen zijn supergroot, tot wel 30 centimeter in doorsnee. Dat past precies in de allernieuwste trend: uitbundig, met een nostalgisch trekje. Geen wonder, dat deze dahliacollectie is verkozen tot zomerbol van het jaar 2014. Weliswaar zijn het niet echt bollen; bij dahlia's spreek je van een knol. De grillige wortels bestaan uit langwerpige knollen die samenkomen in een groeipunt. Bij aankoop ontdek je op dat punt soms al een groene uitloper. Snijd de knollen niet af; zonder groeipunt is het afgelopen met de plant. Dahlia’s staan graag zonnig. Gun ze een prominente plaats in de border of zet ze in een ruime pot op het terras of balkon. Bij het ingraven in de tuin zorg je voor een royaal plantgat. Plaats de knol er zo in, dat er nog een laagje grond van 3 centimeter bovenop kan en druk alles vlak. Maak de grond nu goed vochtig. Blijf de komende tijd voldoende water toedienen, zowel in de pot als in de border. Een bodem die vocht vasthoudt is beslist een voordeel. Een druppeltje mest in het gietwater helpt voor de groei en de aanmaak van bloemknoppen. Pluk gerust af en toe een arm vol bloemen voor de vaas, want het leuke is: hoe meer je knipt, hoe meer bloemen. Op de foto zie je Dahlia ’Babylon Bronze’

Groot onderhoud op het dak

foto:hans clauzing

Planten op een dakterras hebben iets meer zorg nodig dan vollegrondse. Ze hebben immers weinig grond tot hun beschikking. Om de drie jaar is het tijd voor groot onderhoud; liefst in de winter, als de planten in rust zijn. Vaste planten en siergrassen kun je verjongen door ze te scheuren. Bij grote planten pas je wortelsnoei toe, zodat ze minder hard groeien.

Afsponzen of bloemschikken

De sponsvrucht (Luffa cilindrica) is een klimplant uit de komkommerfamilie met hartvormig, ruw blad en gele bloemen. De langwerpige vruchten zijn te eten als ze jong zijn. Tijdens het rijpen worden ze bruin van buiten en sponsachtig van binnen. Volgroeide vruchten kun je drogen en daarna pellen. De kern is bruikbaar als spons, en doet het leuk in bloemstukken. Deze tropische plant groeit het beste in een kas of plastic tunnel. Zaad is o.a. te koop bij www.onszaden.nl en www.denieuwetuin.be.

Lente Bloeier van het jaar 2014

foto:mooiwatplantendoen.nl

Narcis ’Topolino’ is uitgeroepen tot lentebloeier van het jaar 2014. Dit is een dwergnarcis; het Italiaanse woord ’Topolino’ betekent ’muisje’. Het bolgewasje oogt natuurlijk en vrolijk. De smalle, groene bladeren lijken op grassprieten en dat geeft een grappig effect. De puntige, crèmekleurige bloemblaadjes stralen als een ster rond het gele trompetje. Zo klein als deze dwergnarcis is, de bloei duurt bewonderenswaardig lang. Daar kunnen we wat mee! Voor zo'n kant-en-klare lentebloeier vind je altijd en overal een plekje, zowel in huis als op het balkon of het terras. Elk saai, kleurloos hoekje in de tuin vrolijkt ervan op. Topolino's zijn oersterke, supergemakkelijke potnarcissen; de verzorging is een fluitje van een cent. Het enige wat je moet doen, is af en toe water geven. Aan plantenvoeding hebben ze geen behoefte. Wist je trouwens, dat je van potnarcissen elk jaar opnieuw plezier kunt hebben? Gooi ze niet weg als ze uitgebloeid zijn. Zet de potjes een week of wat uit het zicht, om het blad helemaal te laten afsterven. Vervolgens knip je de verdorde resten af en plant je ze – zonder potje – op een zonnige plaats in de tuin. Te gek om ze daar volgend jaar weer te zien bloeien!

Planten op een helling

foto:modeste herwig

Al is ons land overwegend vlak, toch bestaan er heel wat tuinen met een talud of helling. Denk eens aan tuinen die aan water grenzen, of aan percelen rond huizen die op een verhoging zijn gebouwd. Het inplanten van zo'n helling vraagt extra moeite en aandacht. Het begint met een zorgvuldige keuze van de beplanting. Het leggen van graszoden is een optie. Kies je echter voor planten in plaats van gras, dan heeft de regen vrij spel en kan de nog losse, onbedekte grond wegspoelen. Vooral bij hellingen op zandgrond bestaat dat risico, meer nog dan op klei- of leemgrond. Een flauwere helling vermindert de kans op wegspoelen. Houdt als maximaal hoogteverschil de richtlijn aan van 1 meter verloop per 4 à 5 strekkende meters op zandgrond, en bij klei of leem 1 meter verloop op 3 strekkende meters. Perfecte planten voor het vasthouden van de grond zijn bodembedekkers en breed uitstoelende vaste planten. Kies in de zon voor Cotoneaster dammeri, Euonymus fortunei, lage heesterrozen, Hypericum calycinum, Iberis sempervirens of Hedera helix. Geschikte planten voor schaduw zijn: Ajuga reptans, Epimedium-soorten, Pachysandra terminalis, Vinca major en Vinca minor, Waldsteinia ternata en Lamium maculatum. Op de foto zie je een kleurrijke combinatie van bloeiende bolgewassen en tweejarigen.

Tips

Niets leuker dan een tuinenreis met een groep enthousiaste tuinliefhebbers. Als je lid bent van Groei & Bloei kun je mee met de exclusieve tuinenreizen, die Groei & Bloei organiseert in samenwerking met Garden Tours. Deze reizen zijn allemaal tot in de puntjes verzorgd. In 2014 staan onder andere de volgende bestemmingen gepland: Dublin en omstreken in Ierland; Somerset en de Cotswolds in Engeland en in Marokko de tuinen van duizend-en-één-nacht in Marrakech. Je ziet er tuinen die werkelijk zeer de moeite waard zijn. Het reisprogramma biedt volop ruimte om te genieten van de bijzondere ligging van de tuinen: een fraai landschap, een interessante stad of een pittoresk dorpje. Natuur en cultuur gaan hand in hand. Kijk gauw voor alle info op www.gardentours.nl, of bel 088-0071300.

Groei & Bloei heeft nieuwe website

De website www.groei.nl zit in een nieuw jasje! Uiteraard hoef je de bekende, populaire items niet te missen, zoals de instructiefilmpjes, tuinkalender, plant van de week, Blad & Site, bloemschikken, tuinlogs en foto’s van bezoekers. Je vind er nu bovendien allerlei extra's en kunt meer zelf doen. Zo zie je direct wat er op de sociale media Facebook, Pinterest en Twitter gebeurt. Je kunt reageren op artikelen en een discussie starten met anderen. Op het nieuwe onderdeel 'Mijn Groei' krijg je een stuk eigen ruimte binnen de site. Hier doe je alles wat met de ledenservice te maken heeft. Er zit een directe link naar jouw G&B-afdeling en je kunt een tuinlog en een fotoalbum verzorgen. In jouw eigen scrapbook bewaar je artikelen die je later nog eens wilt lezen. In de fotologs plaats je mooie (tuin)foto's en deel je je passie met andere enthousiaste tuiniers.

Om te profiteren van de extra mogelijkheden op de site, zoals reageren op artikelen of een scrapbook bijhouden, log je in met je lidnummer en postcode. Zelfs niet-leden kunnen – in iets beperkter mate – meedoen door zich te registreren.

 

 

De bestrating komt omhoog

foto:cor rozier

Als een boom de stenen van een pad of terras omhoog drukt, ligt de schuld bij de dikke wortels die de boom overeind houden. Kom nu niet in verleiding om deze wortels weg te halen. Dit brengt de boom uit balans, met omvallen of scheefgroeien als gevolg. Waarschijnlijk is verhogen van de bestrating de beste oplossing. Laat wel wat ruimte vrij rond de stam.

Warrige winterjasmijn temmen

foto:visionspictures.com

Winterjasmijn of Jasminum nudiflorum doet zijn naam eer aan: de eerste bloemetjes verschijnen in december en gaan prettig lang door. Deze waardevolle (lei)struik bloeit op eenjarig hout en doet het ook in de schaduw. Een nadeel is dat hij kan uitgroeien tot een warrige takkenbos. Geen probleem; na de bloei neem je hem gewoon een keertje flink onder handen. Knip alles af op 40 tot 50 centimeter hoogte en leid de nieuwe scheuten die daarna ontstaan langs een klimrek of ander steunmateriaal.

Tips

Gewoon doorgaan met oogsten

Al is het winter, je kunt toch nog allerlei groenten oogsten, zoals boerenkool, spruitjes, winterprei, pastinaak, schorseneer en veldsla. Voor een gulle opbrengst van de herfstframbozen in het najaar, moet je ze nu tot de grond toe afknippen. De vruchten komen namelijk aan het hout dat de framboos dit jaar vormt.

Maak plannen voor de moestuin.

Bij de indeling van de moestuin is wisselteelt belangrijk. Als je groenten elk jaar op dezelfde plaats zet worden ze namelijk vatbaar voor ziekten. Heb je de zaden al in huis? Er is nu volop keus en voorraad bij de leveranciers. Natuurlijk zaai je de favoriete groentesoorten, maar experimenteren is leuk. Kijk voor speciale zaden eens op de website van Vreekens Zaden in Dordrecht (www.vreeken.nl). Laat je verrassen door die wonderbaarlijke gewassen.

Houd de grond gezond

Kalk gaat de verzuring van de grasmat tegen en verbetert de structuur van de grond. Zolang het niet vriest en er geen sneeuw ligt kun je prima een laagje kalk strooien.

Tuinkarweitjes

In de winter zijn vaak de wat zwaardere klussen aan de beurt, bijvoorbeeld het omzagen van een boom of het knotten van een wilg. Doe dit laatste karwei liever pas eind februari. Laat bij het knotten kleine stompjes staan, zodat er nog wat knoppen kunnen uitlopen. Snoei nooit als het vriest. Wil je weten hoe je veilig te werk gaat, bekijk dan de filmpjes op www.groei.nl.
In de groentetuin kun je al beginnen met het uitdunnen van de zwarte en rode bessen. Haal daarbij eerst een paar oude takken bij de grond weg en verwijder vervolgens al het dode hout. Ook appel- en perenbomen kun je nu snoeien. Zaag de takken af die naar binnen groeien, elkaar kruisen en hinderen of recht omhoog groeien. Knip de zijtakjes, die uit de oudere lange takken groeien, terug tot op ongeveer drie knoppen (verdikkingen).

Glinsterende waterspiegel

Een vijver is een echte blikvanger in de tuin, er valt altijd wat te beleven. De wolkenlucht spiegelt zich mooi in het wateroppervlak. Vissen schieten heen en weer, kikkers springen erin en eruit, libellen hoppen van waterlelie naar rietstengel. Denk voordat je een vijver aanlegt in de tuin eerst grondig na of je een natuurlijke vijver wenst, eentje met vijverfolie of een zwemvijver. De afmeting kan variëren van een ingegraven cementkuip tot een plas van reuzenformaat, compleet met roeiboot. Om een goede indruk te krijgen van grootte en vorm kun je het bedachte oppervlak met touwen en stokken uitzetten in de tuin. Helemaal aanschouwelijk wordt het met uitgelegde lakens of grote stukken plastic. Zet straks je pas aangelegde vijver niet boordevol met waterplanten, anders mis je alsnog die glinstering van de waterspiegel.

Workshops

Leuk en leerzaam, die workshops van plaatselijke afdelingen van Groei & Bloei. Ze kunnen gaan over allerlei onderwerpen, zoals tuinindeling, planten, bloemschikken, snoeien, gereedschap. Er zit vast iets voor je bij! Surf eens naar www.groei.nl en kijk onder ’Vereniging’.

Bergenia : Een complete tuinplant

De schoenlappersplant of Bergenia is een ideale tuinplant, die het hele jaar wat te bieden heeft. Het blad blijft in het koude seizoen groen, een belangrijke eigenschap in de kale wintertuin. Er bestaan diverse soorten; sommige verspreiden zich met dikke wortelstokken en vormen matten, andere groeien in pollen. Het zijn prima bodembedekkers. Door het grote blad en doordat ze relatief laag blijven, brengt een flinke groep Bergenia’s elegantie en rust in de tuin. Heb je weinig plek of ben je meer gecharmeerd van bescheiden soorten, kies dan Bergenia stracheyi of de witbloeiende B. emeiensis, die blijven laag. De meeste Bergenia’s bloeien in april-mei; daarnaast zijn er types die later in de zomer of begin herfst nogmaals bloeien. Dit geldt onder andere voor de Bergenia's ’Morgenröte’, ’Herbstblüte’ en ’Doppelgänger’. De gangbare kleur van de bloemen is roze. Wie liever een goede witte heeft, neemt de ’Bressingham White’, waarvan de bloemen fraai afsteken tegen de rode steel. Ook ’Bach’ en ’Nebellicht’ krijgen witte bloemen. ’Schneekonigin’ bloeit zachtroze, hoewel je dat met deze naam niet zou verwachten. De cultivars ’Abendglut’ en ’Flore Pleno’ hebben halfgevulde bloemen.

Tips

Ouderwets lekker: wortelpeterselie

Een apart gewas voor de moestuin: wortelpeterselie. De wortels lijken op pastinaken, ze zijn alleen iets kleiner en ronder van vorm. De smaak zit tussen peterselie en knolselderij in, met een zachte noottoets. Multi-inzetbaar in soepen, sauzen en stoofpotten. Wortelpeterselie is niet moeilijker te telen dan de bladsoorten. Zaai in februari alvast voor. De trage kiemkracht - vier weken - vervroeg je door de zaden een nacht in lauw water te weken en de zaaibakjes warm weg te zetten (15-20 ºC). De oogst valt in april, mei; bewaar de wortels in een kist met vochtig zand of vries ze in.

Sneeuw isoleert

Een laag sneeuw, bitterkoud, temperaturen ver onder nul … Maak je geen zorgen over de planten; ze hebben er geen last van, de sneeuw isoleert perfect. Vaste planten lijden ’s winters meer van nattigheid. Zeker als drassige grond bijvoorbeeld na dooi opnieuw bevriest en een ondoordringbare ijskorst vormt. Bescherm je tere planten met blad, coniferengroen of kerstboomtakken.

Clematis wil geen dakpan

Het is een fabel dat je een dakpan over de voet van een clematis moet zetten. Clematissen groeien van nature langs bosranden. Ze houden van vocht en koele voeten. Zo ontstond de misvatting dat je de wortels tegen zon moet beschermen. Clematissen willen humeuze, voedselrijke grond, met voldoende vocht. Een dakpan voegt daar niets aan toe. Integendeel: die houdt het welkome regenwater tegen. Plant een clematis flink diep,zodat er minstens 5 tot 10 centimeter grond bovenop de kluit komt. Geef de eerste weken royaal water en blijf gieten, als het later in het seizoen erg droog wordt. Al eens bedacht om een knoestige, oude fruitboom te laten begroeien door clematis? Het zal beter lukken dan tegen een muur. Bekijk het instructiefilmpje over een boom als kapstok voor clematis, op www.groei.nl.

Helleborusblad afknippen

Er zijn twee redenen om het oude blad van de Helleborus te verwijderen: de bloemen worden beter zichtbaar en je voorkomt het ontstaan van schimmel die de bloemknoppen kan aantasten. Wacht met het afknippen van dat versleten blad tot er al nieuw blad tevoorschijn komt, dat is beter voor de plant. Kijk op www.groei.nl voor een instructief filmpje.

Nuttig snoeihout

Snoeiafval verbranden mag bijna nergens meer. Hakselen is een beter idee, vooral als je het fijngemaakte spul tussen de heesters of vaste planten legt, als onkruidwerende mulchlaag. Dit vereist wel machinerie, energie en tijd. Liever bewaren? Benut korte, vertakte stukken als rijshout om vaste planten te stutten en maak klimsteunen van sterke, rechte snoeitakken van bolacacia of -catalpa. Bonen, tomaten, Lathyrus, Ipomoea en andere eenjarigen zullen het in zo’n wigwam graag hogerop zoeken.

Snelle selderie

Binnenshuis kun je vroege snijselderij kweken met een knolselderij. Koop er eentje waar bovenaan wat groen uit steekt. Zet hem bovenop een pot met potgrond en geef spaarzaam water. Lekker in de soep… en dan die geur als je aan het koken bent!

Beeldhouwen met planten

foto:martin van lokven

Een wintertuin hoeft helemaal niet kaal en saai te ogen. Met strak gesnoeide hagen of in vorm geknipte struiken valt er ook ‘s winters genoeg te zien. Zodra in de late herfst de details en kleuren van bloemen en bladvormen wegvallen, worden enkele groene knipvormen eigenlijk onmisbaar. In veel tuinen staan overal verspreid potten met in bol geknipte buxusplanten. Zet die 's winters eens bij elkaar op het terras. Zo heb je een prachtig groen rustpunt om naar te kijken. Die bollen hoeven echt niet allemaal van buxus te zijn. Buxus is fraai te combineren met taxus of hulst. Er zijn trouwens veel meer mogelijkheden voor een karaktervolle snoeivorm. Even geschikt is de portugese laurier (Prunus lusitanica, zie foto). Toen deze bomen ruim twintig jaar geleden in Nederland werden geïntroduceerd, moesten ze lange tijd wennen aan ons koudere klimaat. Nu ze hier inmiddels worden gestekt en opgekweekt raken ze aardig ingeburgerd en is de winterhardheid aanzienlijk verbeterd. Portugese laurier waardeert regelmatige snoei. Als je hem twee keer per jaar bijhoudt, komen het frisse groen en het glimmende blad goed tot hun recht. Voor de ongeduldige tuinier die liever geen snoeicreaties uitprobeert, zijn er bij kwekerijen allerlei kant-en-klare knipvormen van bomen en struiken te koop.

Mooie wintergroene mahonia struiken

foto:ronald houtman

De Mahonia ’Soft Caress’ is echt een bijzondere struik voor de wintertuin. De meeste Mahonia's hebben relatief groot en hard blad met veel deelblaadjes. ’Soft Caress’ heeft zacht aanvoelende bladeren met sierlijke smalle deelblaadjes. Bij matige vorst moet je ’Soft Caress’ wel beschermen. Toch maakt de plant na de winter vanuit de basis weer nieuwe takken, mochten de bovengrondse delen zijn doodgevroren. Meer over andere Mahonia-soorten lees je in het januarinummer van Groei & Bloei.

Bloeiende struiken in de wintertuin

foto:ronald houtman

Dat een tuin in de winter beslist niet saai en kaal hoeft te zijn, dat zal iedereen inmiddels wel bekend zijn. Maar misschien is het goed erop te attenderen, dat je veel meer mogelijkheden hebt dan alleen die veelgebruikte groenblijvers, zoals buxus, taxus en andere coniferen. Wat extra kleur in deze tijd van het jaar kan natuurlijk geen kwaad. Denk daarom bij je aanplant eens aan winterbloeiende heesters. Leuke voorbeelden hiervan zijn de toverhazelaar Hamamelis en de Mahoniastruik. Bij deze heesters kun je van december tot in februari genieten van apart gevormde bloemen in geel, rood en oranje, die vaak heerlijk ruiken. Hamamelis staat met stip op nummer 1 van de favorietenlijst. De bloemen zijn meestal geel, maar kunnen ook oranje, rood en zelfs paars zijn. De bekendste soort is Hamamelis mollis, de chinese toverhazelaar, met opvallende, gele bloemen in januari en februari. Andere Mahonia's gaan zelfs in december al bloeien. Meer hierover in het januarinummer van Groei & Bloei; het ligt nu in de winkel, met pagina's vol informatie over allerlei Mahonia-soorten, hun bloeitijd, kleuren en geuren. Superhandig: de adressen waar je bijzondere Mahonia's kunt kopen staan er bij.

Tips

Tulpen met een koude neus

Tulpen en andere voorjaarsbollen overleven de plaagstootjes van het weer wel. Zelfs bij ijskou hoef je ze niet te beschermen. Sneeuwklokjes, krokussen en narcissen priemen zelfs door de sneeuwlaag heen. Hoogstens lopen al geopende bloemen schade op van de vorst.

Meer of minder mest?

Gericht mesten kun je eigenlijk pas als je weet aan welke voedingstoffen het ontbreekt in je tuin. Bij tuincentra zijn simpele testjes te koop om zelf een grondmonster te nemen. Of je laat dit doen.

Fop de Forsythia

Vroegbloeiende heesters openen hun bloemknoppen gewoonlijk pas in de lente. Je kunt ze flink foppen door takken in de warme kamer te zetten. Dankzij de hogere temperatuur raken ze in de war en bloeien ze eerder - mits ze buiten een tijdje stevige kou hebben meegemaakt. Probeer het uit met kornoelje, schijnhazelaar, hazelaar, Forsythia, Fothergilla,Magnolia stellata en het amandelboompje Prunus triloba. Snijd de takken met een scherp mes schuin af en zet ze in lauwwarm water.

IJs op de vijver: help de vissen!

Soms vriest het ineens keihard en ligt de vijver dicht. Niet gunstig, als je kostbare vissen in je vijver hebt. Laat dus in koude perioden altijd een vijverpompje aanstaan; het waterstraaltje brengt het vijveroppervlak net voldoende in beweging om een wak open te houden. Plaats het pompje minimaal 30 cm boven de bodem. In de relatief warme onderste waterlaag overwinteren de dieren namelijk en die moet je met rust laten. Zet bovendien een bos riet in het water, voor extra toevoer van zuurstof en voor de afvoer van schadelijke gassen vanonder de ijskap. Deze gassen ontstaan door het verteren van plantaardig en/of dierlijk materiaal. Als de vijver echt stijf bevroren is, wacht je rustig af tot het dooit. Ga niet keihard op het ijs hakken: door de trillingen kunnen de vissen doodgaan.

Snoei winterjasmijn na de bloei

Winterjasmijn (Jasminum nudiflorum) bloeit op het eenjarige hout. De eerste bloemen verschijnen meestal in december. De lange, vroege bloei maakt hem tot een waardevolle (lei)struik. Bovendien bloeit de plant zelfs goed op een plek in de schaduw. Een nadeel van de winterjasmijn is dat het op den duur een warrige takkenbos wordt. Geen nood: desgewenst neem je hem na de bloei serieus onder handen. Je knipt de struik tot op 40 tot 50 centimeter boven de grond af en leidt de nieuwe, jonge scheuten langs een klimrek of ander steunmateriaal.

Niet snoeien als het vriest

Nu bladverliezende bomen en struiken kaal zijn, kun je de structuur van het takkenstelsel beter beoordelen. Een prima tijd om te snoeien dus. Snoei nooit als het vriest, om aantasting van de wonden te voorkomen. Voor het fatsoeneren van de walnoot, berk, esdoorn, druif en kiwi is het nu te laat. Bij deze soorten komt de sapstroom vroeg op gang, vooral bij zacht weer. De snoeiwonden kunnen gaan 'bloeden'; soms zo heftig dat de boom of struik verzwakt en bevattelijk wordt voor ziekten. De snoeibeurt kan zo het eind van de plant betekenen.

 

 

Stijlvol idee voor de vaas

foto:mooiwatbloemendoen.nl

Op dit moment zijn er weer volop snijorchideeën (Cymbidium) te koop. Deze orchidee heeft een lange tak met een elegante bloementoorts. In elke bloem zit een holle, boogvormige en gewelfde lip die enigszins op een bootje lijkt. In het Grieks is dat ’Kymbos’, vandaar de naam. Ze zijn het hele jaar door verkrijgbaar, maar van nu tot ongeveer maart zie je ze in de meeste soorten en kleuren. Eén bloemtak per vaas geeft al een glamour effect. Zet eens een groepje gevulde vazen bij elkaar, in allerlei vormen en tinten. Zo benadruk je heel subtiel de natuurlijke uitstraling van de Cymbidium. Je geniet er wel drie weken van, als je de volgende verzorgingstips navolgt: * Vul een schone vaas met een laagje lauw water van 10 cm. Voeg bloemenvoeding toe. * Snij één centimeter van de stengel schuin af en zet de Cymbidium in de vaas. Snij om de vijf dagen weer een centimeter af en ververs meteen het water. * Zet de bloem niet in de volle zon of op de tocht en houd (rijpend) fruit uit de buurt, want dat versnelt het uitbloeien. * Hoe koeler in huis, hoe langer de bloei. Plaats de bloemen dus niet bij de centrale verwarming of de kachel.
De Cymbidium laat zich mooi combineren met andere bloemen; het resultaat kan een strak, eigenzinnig, jungle of romantisch boeket zijn.

Planten houden niet van strooizout

foto:shutterstock

Voor het milieu en de planten is het beter gladheid te bestrijden met zand in plaats van zout. Is gebruik van strooizout onvermijdelijk, spuit dan met de waterslang het strooizout van de bladeren van wintergroene struiken, zodra het dooit. Bladverliezende planten hebben meestal minder last van het zout; als ze weer uitlopen is dat wel uitgespoeld.

Tuinbonen zijn gemakkelijk

foto:peter bouwens

Tuinbonen zijn gemakkelijk, je kunt er vroeg in het moestuinseizoen mee beginnen en de bloemen brengen de eerste fleur in de voorjaarsmoestuin. De bonen hebben een hoge voedingswaarde; niet voor niets worden ze wel de sojabonen van het noorden genoemd. Er is tegenwoordig volop variatie en kleur in tuinbonen. Lees alles over tuinbonen, van het zaaien en verzorgen tot het oogsten en dubbeldoppen, in het januarinummer van Groei & Bloei dat nu in de winkel ligt. Je krijgt er meteen een lekker recept bij.

Vrolijk je huis op met lente bloeiers

foto:mooiwatbloemendoen.nl

Somber seizoen? Hartje winter kun je het hele huis in lentesfeer dompelen, met bloeiende tulpen, narcissen, hyacinten of blauwe druifjes. Ze zijn nu overal te koop als snijbloem of in potjes. Loop eens binnen bij een bloemist of tuincentrum en laat je verrassen door die geurende narcissen, gele hyacinten, dubbelbloemige tulpen of het blauwe druifje in het wit. Je maakt er blitse combinaties mee en creëert zo je eigen lentefeestje!

Elke bloem heeft zijn eigen karakter en dat versterk je met de keuze van vaas of pot. Lichte bloemen in lichte vazen zien er zonnig uit, donkere bloemen en robuuste accessoires geven een natuurlijke uitstraling. Durf te experimenteren met alternatieve vazen. Verstop een minivaasje of reageerbuis in een bolletje touw en steek er één bloem in. Saaie potten krijgen een nieuw jasje als je ze in een tas zet. Dan nog een belangrijke tip om extra lang van de voorjaarsbloei te genieten: plaats je creaties niet dichtbij een verwarming. Verder stellen snijbloemen een schone vaas op prijs. Check het vaaswater af en toe en ververs het zo nodig. Geef lentebloeiers in potjes water als de potgrond droog aanvoelt. Meer info op www.mooiwatbloemendoen.nl

Tips

Groenblijvende clematis?

De prachtig bloeiende Clematis armandii staat bekend als een wintergroene plant. Dat klopt, zolang de klimmer zeer beschut staat, of binnen in een koele serre. Op een minder beschermde plek kunnen de bladpunten bruin kleuren; dat heeft dus niets met een gebrek aan voeding te maken. En al blijft in kwakkelwinters het blad aan de plant, het ziet er vaak niet zo fraai uit. Bij strenge vorst zal de plant bovengronds helemaal afsterven.  

Even de kuipplanten checken

Vergeet niet om regelmatig je kuipplanten te controleren. Meestal is de overwinteringsruimte niet ideaal, waardoor de planten snel ziektes opdoen of aantastingen krijgen van witte vlieg of luizen. Bestrijd ze met biologische middelen; hoe eerder je er bij bent hoe beter het resultaat. Ruim afgevallen en lelijk blad op, om verdere besmetting te voorkomen en probeer vaak te luchten. Voel ook aan de potkluiten: te nat is niet goed, uitdrogen mag evenmin. Meer tips staan op www.groei.nl onder ’tuinkalender’ en ’tuin’.

Blauweregen is een sterke groeier

Als je de blauweregen niet regelmatig snoeit, wordt het een enorme warboel en verschijnen er weinig bloemen. Je krijgt een fraaie groeiwijze door een aantal lange twijgen horizontaal aan te binden. Dit zijn de gesteltakken; je kunt ze langs een muur of over een pergola leiden. Aan de zijtakjes van die gesteltakken groeien de bloemtrossen. Deze zijtakjes moet je rond deze tijd terugsnoeien tot op twee à drie knopjes ofwel 'ogen'. In juli, na de bloei, knip je ze opnieuw af, nu tot vier à vijf ogen. Lange, nieuwe scheuten haal je helemaal weg of je laat ze uitgroeien tot nog een gesteltak. Het blijft een plant om voortdurend in de gaten te houden. Voor je het weet ontfermt hij zich over de goot of klimt hij onder de dakpannen. Zet de schaar er maar in, waar het nodig is.

Tuinprobleem of uitdaging?

Tuinieren gaat niet altijd volgens het boekje. Er is altijd wel iets. De tuin is bijvoorbeeld te nat, te donker, te droog of erg smal. Geen nood; in het februarinummer reikt Groei & Bloei je een heleboel slimme oplossingen aan. De special ’Tuinproblemen’ ligt nu in de winkel.

Siergrassen tijdig afknippen

De meeste siergrassen knip je het beste in de vroege lente terug. Wacht er niet te lang mee, de prille groeipunten zitten al onderin, en die moetje natuurlijk niet beschadigen. Zeer vroeg uitlopende grassen kun je daarom weer beter in de herfst aanpakken. Geef ze dan voor de zekerheid een winterdekentje van afgevallen blad of stro, beschermd met takken. Haal dat na de vorstperiode weg, zodat de graspol ongehinderd kan uitlopen.

Een groen dak

Wat komt er op het dak van jouw aanbouw of tuinschuurtje: dakpannen, dakleer, leitjes, golfplaat? Of is het een idee, het te laten begroeien met planten? 't Is weer eens wat anders en het biedt veel voordelen. Sedumbeplanting is gemakkelijk, maar je kunt voor allerlei andere begroeiingen kiezen. Wat dacht je van gras en wilde planten? Een soort berm op je schuurtje!

Voorwat hoort wat : vogels voederen

's Zomers helpen de vogels ons in de tuin door schadelijke insecten te vangen; in een strenge winter hebben ze zelf hulp nodig. Je hebt allerlei vogelvoer: zaadmengsels, vetbollen, (gedroogde) vruchten, noten en - ongezouten! - pinda’s. Ook broodkorsten en appels lusten ze graag. Behalve de gebruikelijke voederhuisjes kun je tegenwoordig leuke houders kopen om in de tuin te hangen. Er zijn zelfs voederhuisjes die je aan de buitenkant van het raam vastmaakt. Het lukt niet elke vogel om hangend van een vetbol te smikkelen, andere vogels komen weer liever niet op een voedertafel. Strooi voor deze vogelsoorten wat eten op de grond. Kies een veilige plek, zorg dat de vogeltjes geen kattenvoer worden... Als het vriest en er geen sneeuw ligt, zijn veel vogels blij met een schaaltje vers water. Dek de schaal af met fijnmazig gaas, zo kunnen ze er niet in badderen. Of zet fijngeslagen ijs neer. Houd het voederplekje netjes schoon: haal oud overgebleven voer en vogelpoepjes weg. Als dank voor al je zorg ontdek je later in het jaar soms grappige onbekende plantjes in de naaste omgeving. Wie dat niet wenst, kan de kiemkracht uit de strooizaden halen door ze zo’n 4 minuten op 700 watt in de magnetron te verwarmen. Het voer wordt hier niet minder voedzaam door.

Structuur in de tuin

foto:lizzy heylen

Groenblijvende planten, zoals buxus en taxus zijn rustpunten in de tuin. Ze zorgen voor structuur, een duidelijke belijning en een aantrekkelijk winterzicht. Ze trekken vooral de aandacht als de meeste struiken hun blad kwijt zijn en de vaste planten zich hebben teruggetrokken onder de grond. Als er sneeuw ligt vallen de lijnen en vormen in de tuin extra op (zie foto). Ontbreekt het aan structuur in jouw tuin? Dan is het nu de tijd om plannen te maken: voor wat aanpassingen of een ware metamorfose

Sneeuwklokjes heb je niet snel genoeg

foto:mhgp/modeste herwig

Zo'n dapper bloeiend sneeuwklokje in de koude wintertuin: is dat niet hartverwarmend! Het belooft dat de lente er binnenkort aankomt. Sneeuwklokjes zijn veelzijdig. Je kunt ze in de tuin leuk combineren met andere vroegbloeiende planten, zoals het leverbloempje en Helleborus. Het sneeuwklokje is een stinzenplant en gaat dus goed samen met collega-stinzenplanten, denk aan winterakoniet, boerenkrokus en bosanemoon. Het fijne is, dat ze elk jaar uitgebreider terugkomen. Laat ze eens hun gang gaan in het gazon. Je moet wel wachten met gras maaien tot het loof geel begint te worden. Ook kun je ze tussen struiken en onder bomen planten. Of zet een groepje op de tuintafel! Graaf sneeuwklokjes die in de tuin groeien uit, net voor ze gaan bloeien, en plant ze in potjes. Dek de aarde af met mos en schik de potjes op een groot bord of een etagère. Als ze uitgebloeid zijn mogen de plantjes terug naar de volle grond. Om sneeuwklokjes in je tuin in tempo te laten uitbreiden, spit je enkele grote pollen uit. Splits ze in delen en gun die een nieuw plaatsje. Met pollen die te dicht bij elkaar staan kun je hetzelfde doen - direct na de bloei. Of geef ze cadeau aan vrienden en familie.

Tips

Zo overleeft Verveine de winter

Verveine (Lippia citriodora) is een plant met een verrukkelijke citroengeur. Van de blaadjes maak je een smakelijke thee om je in de winteravonden te verwarmen. De plant zelf is niet erg koudebestendig. Als Verveine de ijskou al overleeft dan loopt hij pas in juni weer uit. Je kunt dit vervroegen door de plant tegen de vorst te beschermen. Knip de struik af tot 20 centimeter boven de grond. Bouw om het restant een tent van drie stokjes en een strook jute; prop die vol met bladafval. Bevrijd de Verveine zodra de vorst is geweken, even geduld, en je geniet weer van de frisse blaadjes. Meer over theeplanten uit eigen tuin vind je op www.groei.nl.

Aanbevolen struik: zevenzonenbloem

De zevenzonenbloem, of Heptacodium, is een heester, die in de nazomer lang bloeit met losse trossen witte bloemen die naar roze verkleuren. De lichtbruine, schilferende stammen verhogen de feestvreugde. Geef hem een humusrijke plek in de zon of halfschaduw. De struik wordt ongeveer 3 m hoog.

Veel plezier van Helleborus orientalis

Een bloeiende Helleborus is ieder jaar weer een belevenis. Niet alleen omdat de plant zo vroeg bloeit. Dat begint soms al in januari, als de meeste planten nog slapen. Het komt vooral door de aparte bloemen en de uitzonderlijk lange bloei. Bovendien zijn het gemakkelijke planten. Van nature doen Helleborussen het geweldig op kleigrond, maar op stevig bemeste zandgrond groeien ze eveneens prima. Hoe meer organisch materiaal er in de grond zit, hoe rijker de bloei. Meng daarom wat compost of potgrond door de tuingrond als je een Helleborus gaat planten. Geef in het voor- en najaar wat organische mest. Heb je zure grond strooi er dan in november een beetje kalk bij. Helleborus voelt zich het meeste thuis op een halfbeschaduwde plek, zoals onder een bladverliezende boom of heester.

Bloeiende Hamamelis

Wist je dat de toverhazelaar of Hamamelis in heel veel verschillende kleuren bestaat? Bekijk ze eens in het Arboretum Kalmthout tussen 13 januari en 23 februari. Ze bloeien ongeacht kou of sneeuw met gele, oranje of rode bloemen. In het januarinummer van Groei & Bloei lees je meer over de winterbloeier. Leden van Groei & Bloei ontvangen bij dat nummer tevens een kortingsgids met o.a. een voordeelbon voor Arboretum Kalmthout.

Kervel moet je hebben

Je bent niet snel uitgepraat over de pluspunten van het keukenkruid kervel. Allereerst is kervel hèt antwoord op vragen als: wat kun je in maart al zaaien? Wat kun je in september nog zaaien? Welk kruid doet het goed in de schaduw? Wat is een geschikte tussenteelt? Wat is een goede onderbeplanting? In al deze gevallen is kervel een prima oplossing. Kervel is betrouwbaar onder alle omstandigheden en in elk jaargetijde; het ziet er aardig uit en het smaakt uitstekend. Met kervel beantwoord je trouwens ook elke keukenvraag. Je pimpt er de soep of de salade mee op; je geeft een omelet of de stamppot extra smaak. Kortom: er staat nooit te veel kervel in je tuin.

Struik klimop : een super groen blijver

foto:visionpictures.com

Je hebt allerlei leuke wintergroene struiken voor de tuin, maar niet eentje is zo waardevol als de struikklimop of Hedera arborescent. Deze struikklimop lijkt sterk op de gewone klimop; het verschil is dat hij niet klimt. Verder ziet het blad er iets anders uit: het is minder puntig. Het bijzondere is de bloei van de struik, in september-oktober. De geelgroene, bollende bloemschermpjes hebben een markante vorm en zijn uitermate aantrekkelijk voor zweefvliegen, bijen en vlinders. De klimmende klimop bloeit op precies dezelfde manier, het kan echter meer dan tien jaar duren voordat het zover is. De bloemen en bessen komen namelijk uitsluitend voor bij volwassen exemplaren. Nee, dan de struikklimop; die bloeit meteen al in het eerste jaar na aanplant! En nog een voordeel: hij hecht zich niet aan muren en daklijsten en wringt zich niet tussen dakpannen en dakgoten. De struik kan tamelijk hoog worden, tenzij je hem snoeit. Knip er bijvoorbeeld een mooie bolvorm van. Zowel van de klimop als de struikklimop bestaan diverse soorten. Ze verschillen onderling door de vorm, de grootte of de groentint van het blad, of door de kleur van de bessen. Verder wordt het ene type hoger dan het andere. Wat ze allemaal met elkaar gemeen hebben, is hun grote waarde voor insecten.

Vegen en maaien : Spaar je rug

foto:dana de nooij

Tip van de fysiotherapeut: vegen is meestappen. Beweeg steeds met de bezemstreken mee. Waar de veger gaat, moet je voorste voet zijn. Houd hem dicht bij je, veeg recht vooruit. Laat de bezem het werk doen. Hetzelfde geldt voor de grasmaaier, zeker de niet-zelfrijdende. Geen duwende krachtinspanningen vanuit de rug; zet elke beweging in met de benen.

Hertshooi met pompoentjes

foto:ronald houtman

Hypericum 'Magical Pumpkin' begint langzamerhand een heel populaire plant te worden voor het terras of de tuin. De bloemen van deze hertshooi zijn geel. De grappige lichtoranje vruchtjes die daarna royaal verschijnen zijn in de lengte gegroefd en lijken op puntige mini-pompoentjes. Magical Pumpkin is volledig winterhard, mits je een teveel aan vocht in de bodem kunt vermijden. Het beste snoei je deze plant eind maart diep terug, waarna er weer stevige, nieuwe twijgen zullen ontstaan.

Bergenia : een complete tuinplant

foto:mhgp/modeste herwig

De schoenlappersplant of Bergenia is een ideale tuinplant, die het hele jaar wat te bieden heeft. Het blad blijft in het koude seizoen groen, een belangrijke eigenschap in de kale wintertuin. Er bestaan diverse soorten; sommige verspreiden zich met dikke wortelstokken en vormen matten, andere groeien in pollen. Het zijn prima bodembedekkers. Door het grote blad en doordat ze relatief laag blijven, brengt een flinke groep Bergenia’s elegantie en rust in de tuin. Heb je weinig plek of ben je meer gecharmeerd van bescheiden soorten, kies dan Bergenia stracheyi of de witbloeiende B. emeiensis, die blijven laag. De meeste Bergenia’s bloeien in april-mei; daarnaast zijn er types die later in de zomer of begin herfst nogmaals bloeien. Dit geldt onder andere voor de Bergenia's ’Morgenröte’, ’Herbstblüte’ en ’Doppelgänger’. De gangbare kleur van de bloemen is roze. Wie liever een goede witte heeft, neemt de ’Bressingham White’, waarvan de bloemen fraai afsteken tegen de rode steel. Ook ’Bach’ en ’Nebellicht’ krijgen witte bloemen. ’Schneekonigin’ bloeit zachtroze, hoewel je dat met deze naam niet zou verwachten. De cultivars ’Abendglut’ en ’Flore Pleno’ hebben halfgevulde bloemen.

Tips

Ouderwets lekker: wortelpeterselie

Een apart gewas voor de moestuin: wortelpeterselie. De wortels lijken op pastinaken, ze zijn alleen iets kleiner en ronder van vorm. De smaak zit tussen peterselie en knolselderij in, met een zachte noottoets. Multi-inzetbaar in soepen, sauzen en stoofpotten. Wortelpeterselie is niet moeilijker te telen dan de bladsoorten. Zaai in februari alvast voor. De trage kiemkracht - vier weken - vervroeg je door de zaden een nacht in lauw water te weken en de zaaibakjes warm weg te zetten (15-20 ºC). De oogst valt in april, mei; bewaar de wortels in een kist met vochtig zand of vries ze in.

Sneeuw isoleert

Een laag sneeuw, bitterkoud, temperaturen ver onder nul … Maak je geen zorgen over de planten; ze hebben er geen last van, de sneeuw isoleert perfect. Vaste planten lijden

’s winters meer van nattigheid. Zeker als drassige grond bijvoorbeeld na dooi opnieuw bevriest en een ondoordringbare ijskorst vormt. Bescherm je tere planten met blad, coniferengroen of kerstboomtakken.

Clematis wil geen dakpan

Het is een fabel dat je een dakpan over de voet van een clematis moet zetten. Clematissen groeien van nature langs bosranden. Ze houden van vocht en koele voeten. Zo ontstond de misvatting dat je de wortels tegen zon moet beschermen. Clematissen willen humeuze, voedselrijke grond, met voldoende vocht. Een dakpan voegt daar niets aan toe. Integendeel: die houdt het welkome regenwater tegen. Plant een clematis flink diep,zodat er minstens 5 tot 10 centimeter grond bovenop de kluit komt. Geef de eerste weken royaal water en blijf gieten, als het later in het seizoen erg droog wordt. Al eens bedacht om een knoestige, oude fruitboom te laten begroeien door clematis? Het zal beter lukken dan tegen een muur. Bekijk het instructiefilmpje over een boom als kapstok voor clematis, op www.groei.nl

Helleborusblad afknippen

Er zijn twee redenen om het oude blad van de Helleborus te verwijderen: de bloemen worden beter zichtbaar en je voorkomt het ontstaan van schimmel die de bloemknoppen kan aantasten. Wacht met het afknippen van dat versleten blad tot er al nieuw blad tevoorschijn komt, dat is beter voor de plant. Kijk op www.groei.nl voor een instructief filmpje.

Nuttig snoeihout

Snoeiafval verbranden mag bijna nergens meer. Hakselen is een beter idee, vooral als je het fijngemaakte spul tussen de heesters of vaste planten legt, als onkruidwerende mulchlaag. Dit vereist wel machinerie, energie en tijd. Liever bewaren? Benut korte, vertakte stukken als rijshout om vaste planten te stutten en maak klimsteunen van sterke, rechte snoeitakken van bolacacia of -catalpa. Bonen, tomaten, Lathyrus, Ipomoea en andere eenjarigen zullen het in zo’n wigwam graag hogerop zoeken.

Snelle selderie

Binnenshuis kun je vroege snijselderij kweken met een knolselderij. Koop er eentje waar bovenaan wat groen uit steekt. Zet hem bovenop een pot met potgrond en geef spaarzaam water. Lekker in de soep… en dan die geur als je aan het koken bent!

Beeldhouwen met planten

foto:martin van lokven

Een wintertuin hoeft helemaal niet kaal en saai te ogen. Met strak gesnoeide hagen of in vorm geknipte struiken valt er ook ‘s winters genoeg te zien. Zodra in de late herfst de details en kleuren van bloemen en bladvormen wegvallen, worden enkele groene knipvormen eigenlijk onmisbaar. In veel tuinen staan overal verspreid potten met in bol geknipte buxusplanten. Zet die 's winters eens bij elkaar op het terras. Zo heb je een prachtig groen rustpunt om naar te kijken. Die bollen hoeven echt niet allemaal van buxus te zijn. Buxus is fraai te combineren met taxus of hulst. Er zijn trouwens veel meer mogelijkheden voor een karaktervolle snoeivorm. Even geschikt is de portugese laurier (Prunus lusitanica, zie foto). Toen deze bomen ruim twintig jaar geleden in Nederland werden geïntroduceerd, moesten ze lange tijd wennen aan ons koudere klimaat. Nu ze hier inmiddels worden gestekt en opgekweekt raken ze aardig ingeburgerd en is de winterhardheid aanzienlijk verbeterd. Portugese laurier waardeert regelmatige snoei. Als je hem twee keer per jaar bijhoudt, komen het frisse groen en het glimmende blad goed tot hun recht. Voor de ongeduldige tuinier die liever geen snoeicreaties uitprobeert, zijn er bij kwekerijen allerlei kant-en-klare knipvormen van bomen en struiken te koop.

Tel de vogels om je heen

foto:istockphoto.com

Doe mee met de jaarlijkse Nationale Tuinvogeltelling, in het weekend van 18 en 19 januari 2014! Iedereen met tuin of balkon kan er aan meedoen. Je telt een half uur lang alle vogels die je ziet en geeft dit aantal door via www.tuinvogeltelling.nl. Op deze site vind je ook teltips en een vogelgids waarin verschillende soorten tuinvogels staan omschreven.

Wintergroene mahonia struiken

foto:ronald houtman

De Mahonia ’Soft Caress’ is echt een bijzondere struik voor de wintertuin. De meeste Mahonia's hebben relatief groot en hard blad met veel deelblaadjes. ’Soft Caress’ heeft zacht aanvoelende bladeren met sierlijke smalle deelblaadjes. Bij matige vorst moet je ’Soft Caress’ wel beschermen. Toch maakt de plant na de winter vanuit de basis weer nieuwe takken, mochten de bovengrondse delen zijn doodgevroren. Meer over andere Mahonia-soorten lees je in het januarinummer van Groei & Bloei.

20
Jul
Blauwe blush
17
Jul
VAN ZAAIEN KOMT MAAIEN ???????